Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 14.

Proefplaats

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Hattem 2023

1.. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Pw die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van 2 maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.. De termijn in lid 1 kan verlengd worden met maximaal 4 maanden, dus tot maximaal 6 maanden. 3.. Het doel van een proefplaats is te onderzoeken of de baan en kandidaat bij elkaar passen en de kandidaat geschikt is voor de functie. De kandidaat werkt een periode op proef met behoud van uitkering. 4.. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal 6 maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 5.. Het college weigert de toestemming, bedoeld in lid 1, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk. 6.. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in lid 1, buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel