Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Stelselwijziging Omgevingswet en inhoudelijke wijziging bodem

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

Het nieuwe stelsel van de Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee. Voor bodem geldt dit des te meer, omdat er van rijkswege sprake is van een beleidsinhoudelijke wijziging ten opzichte van de regels in de Wet bodembescherming en het Besluit Bodemkwaliteit [Lit. 5]. Zo kent de Omgevingswet geen ‘geval van verontreiniging’ meer en is er geen sprake meer van een op zichzelf staande milieuhygiënische saneringsplicht die door het Rijk is opgelegd (zoals onder de Wbb het geval was). In dit beleidskader staat het resultaat van een noodzakelijke ‘vertaling’ van bodembeleid naar het nieuwe stelsel. Uitgangspunt hierbij is dat de vertaling beleidsneutraal is, mits dat past binnen de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Op enkele onderdelen is een versimpeling of verbetering doorgevoerd, die beter past in de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet. Het huidige beschermingsniveau wordt hiermee behouden. Het gaat om regels en beleid die hun nut hebben bewezen in de uitvoeringspraktijk en die passen bij het bodembeheer onder de Omgevingswet. Instructieregels Voor het onderwerp bouwen op verontreinigde bodem, nazorg en toepassen van grond of baggerspecie heeft het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [Lit. 2] instructieregels opgesteld voor het omgevingsplan van de gemeente. Dit betekent dat de gemeente deze onderwerpen verplicht moet uitwerken in het omgevingsplan. In de instructieregels is ook aangegeven of de gemeente hierbij lokale afwegingsruimte heeft of niet en hoe groot die afwegingsruimte is. Ook de provincie kan instructieregels meegeven aan de gemeente, maar heeft dit voor bodem- en grondwaterkwaliteit niet gedaan. Tijdelijk deel omgevingsplan Voor enkele onderwerpen die niet in rijksregels terugkomen onder de Omgevingswet, zijn door het Rijk zogenoemde bruidsschatregels meegegeven, om te zorgen voor continuïteit van de bestaande regelgeving. Deze bruidsschatregels landen in het ‘tijdelijk deel’ van het omgevingsplan waar de gemeenten op 1 januari 2024 van rechtswege over beschikken (zie Figuur 1.1). De bruidsschat bodem heeft betrekking op de volgende onderwerpen: Bouwen op verontreinigde bodem; Kleinschalig graven (< 25 m3); Nazorg van saneringen en van maatregelen bij een toevalsvondst bodem, uitgevoerd onder de Omgevingswet; (Activiteit op) voor inwerkingtreding op grond van de Wet bodembescherming beschikte ernst - geen spoedlocaties. Daarnaast komen ook de bodemfunctieklassenkaart en het gebiedsspecifiek toetsingskader (voor het toepassen van grond of baggerspecie) in het tijdelijk deel van het omgevingsplan terecht. De gemeente heeft tot 2032 de tijd om de inhoud van het tijdelijk deel om te zetten naar lokale regels die onderdeel worden van het ‘definitieve’ omgevingsplan. Daarop vooruitlopend wordt door een voorbereidingsbesluit van de gemeenteraad al een aantal regels in het omgevingsplan gezet als de Omgevingswet in werking treedt. Figuur 1.1Nieuw en tijdelijk deel omgevingsplan Algemene regels in het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden moeten zich aan deze regels houden als ze die activiteiten uitvoeren. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een informatieplicht geldt, of dat een melding of omgevingsvergunning nodig is. Ook in het omgevingsplan zijn dergelijke regels opgenomen. Milieubelastende activiteiten in het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan In dit beleidskader gaat het voornamelijk over milieubelastende activiteiten. Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken5In het Bal wordt een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk of een waterontrekkingsactiviteit niet als milieubelastende activiteiten beschouwd.. Het Rijk stelt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels voor een aantal milieubelastende activiteiten in de fysieke leefomgeving die een relatie hebben met de bodem. Dit zijn bijvoorbeeld regels voor de aanleg en het gebruik van bodemenergiesystemen en regels over bodembeschermende voorzieningen bij het uitvoeren van activiteiten. Het Aanvullingsbesluit bodem [Lit. 4] voegt aan het Bal een aantal milieubelastende activiteiten toe. De milieubelastende activiteiten in het Bal in dit beleidskader zijn: Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit; Saneren van de bodem; Opslaan van grond of baggerspecie; Toepassen van bouwstoffen; Toepassen van grond of baggerspecie; De milieubelastende activiteit in het omgevingsplan in dit beleidskader is: Kleinschalig graven (minder dan 25m3 grondverzet); In Figuur 1.2 staan de activiteiten die zich op of in de bodem onder de Omgevingswet kunnen voordoen. Figuur 1.2Activiteiten in de bodem onder de Omgevingswet: wateractiviteiten (lozen, onttrekking) en milieubelastende activiteiten (opslaan van grond en baggerspecie, graven en saneren, bodemenergie, toepassen van bouwstoffen, toepassen van grond en baggerspecie). Bron:https://iplo.nl/thema/bodem Maatwerkregels op regels in Bal over milieubelastende activiteiten Voor de meeste regels in het Bal over milieubelastende activiteiten is het mogelijk om maatwerkregels te stellen in het omgevingsplan. De regels van het Bal worden hiermee nader ingevuld of hiermee wordt van de regels in het Bal afgeweken (soepeler of strenger). Soms zijn daar voorwaarden aan verbonden, of mag alleen een strengere norm gesteld worden. De maatwerkregels moeten binnen de kaders van de instructieregels van Rijk en provincie blijven. Dit geldt ook voor maatwerkvoorschriften (zie Tabel 1.1). Maatwerkvoorschriften op regels in het Bal of op regels in het omgevingsplan over milieubelastende activiteiten Een maatwerkvoorschrift is een specifiek voorschrift voor een individueel geval. Een initiatiefnemer kan zelf om een maatwerkvoorschrift vragen als een activiteit niet voldoet aan de (maatwerk)regels maar wel past binnen de ruimte die het rijkskader en het omgevingsplan biedt. Ook het bevoegd gezag kan besluiten tot het opleggen van een maatwerkvoorschrift. Met een maatwerkvoorschrift kan een algemene regel worden toegespitst op de concrete situatie of locatie. Niet alle maatwerkvoorschriften zijn mogelijk. Een maatwerkvoorschrift kan alleen worden gesteld als dit past binnen het oogmerk van de regel (bijvoorbeeld het beschermen van de gezondheid en het milieu) waarvoor het maatwerkvoorschrift wordt gesteld. Beoordelingsregels die gelden voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) zijn ook van toepassing op maatwerkvoorschriften voor een milieubelastende activiteit op grond van het Bal. Ook moet worden voldaan aan de strekking van de regels in het Bal. Dit betekent onder meer dat de best beschikbare technieken worden toegepast en dat maatregelen worden getroffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Voor een maatwerkvoorschrift voor een milieubelastende activiteit op grond van het omgevingsplan geldt dat de instructieregels voor het omgevingsplan in het Besluit kwaliteit leefomgeving ten aanzien van het beschermen van de gezondheid en van het milieu van overeenkomstige toepassing zijn. Het bevoegd gezag neemt het maatwerkvoorschrift meestal op in een apart maatwerkbesluit, als reactie op een melding van een milieubelastende activiteit. Als voor een activiteit een omgevingsvergunning nodig is, dan staat het maatwerk in een vergunningvoorschrift. Het vaststellen van een maatwerkvoorschrift zal vaak op verzoek van de initiatiefnemer gebeuren. Als een gemeente vaker hetzelfde maatwerkvoorschrift oplegt, kan zij overwegen om hiervoor een maatwerkregel op te nemen in het omgevingsplan. Tabel 1.1Verschil tussen maatwerkvoorschrift en maatwerkregel Aspect Maatwerkvoorschrift Maatwerkregel Reactief/proactief Reactief (bijvoorbeeld na een melding of een verzoek van een initiatiefnemer) Proactief (indien het bevoegd gezag hiertoe noodzaak ziet, bijvoorbeeld naar aanleiding van een melding) Proactief (bijvoorbeeld naar aanleiding van ambities in de omgevingsvisie of in een programma6Zie voor uitleg over het instrument ‘programma’ de website van iplo.nl.) Juridische vorm Beschikking Algemeen geldende decentrale regel Gericht tot Degene die de activiteit verricht (maar soms heeft het maatwerkvoorschrift werking voor een perceel, zoals een maatwerkvoorschrift waarin nazorgmaatregelen zijn vastgelegd. Uit het maatwerkvoorschrift vloeit een publiekrechtelijke beperking Wkpb7Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. voort die rust op het perceel) Iedereen voor omschreven activiteiten en/of aangeduide locaties

Rechtspraak bij dit artikel