De MBA graven in de bodem maakt geen onderscheid tussen graven boven en onder de grondwaterstand. Ook bij een verontreiniging in het grondwater kan gebruik worden gemaakt van de MBA’s graven in de bodem onder of boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.
Het kan gebeuren dat het graven in de bodem van invloed is op aanwezige grondwaterverontreiniging, bijvoorbeeld als de grondwaterstand verlaagd moet worden. Een dergelijke onttrekking is een wateractiviteit waarvoor aparte regels gelden. Dit valt buiten het beleidskader voor bodem en zelfs buiten het kader van het omgevingsplan.
Als dieper gegraven wordt dan het grondwaterniveau, kan sprake zijn van graven ‘in den natte’ (zonder geforceerde bemaling) of van graven ‘in den droge’ (met geforceerde bemaling / open put bemaling al dan niet met drains of onttrekkingsfilters). Als sprake is van graven ‘in den natte’ zullen ook in geval van (de nabijheid van) een grondwaterverontreiniging, de gevolgen voor het grondwater meestal beperkt zijn. Als sprake is van graven ‘in den droge’ en dus sprake is van bemaling om de grondwaterstand te verlagen, kunnen de effecten op een eventueel aanwezige grondwaterverontreiniging wel groter zijn.
Bij graven in bodem verontreinigd > I (vaste bodem) is sprake van een erkenningsplicht voor de uitvoering (BRL 7000) en milieukundige begeleiding, onderdeel processturing (BRL 6000). Onderdeel van deze protocollen is een zorgvuldige omgang met het grondwater. Dat zorgt voor een extra kwaliteitsborging op het zorgvuldig graven en de omgang met het grondwater.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Graven tot onder de grondwaterstand
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen