Het lozen van grondwater bij saneren kan aan de orde zijn bij:
Onderzoek voorafgaand aan saneren van de bodem;
Onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering;
Saneren van de bodem of het grondwater;
Onderzoek voorafgaand aan saneren van de bodem
Bij een onderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 Bal in combinatie met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem (paragraaf 4.121 Bal) kan grondwater vrijkomen. Lozing van dit afvalwater is geregeld in artikel 5.7f Bal: op het vuilwaterriool, tenzij via een maatwerkvoorschrift een andere lozingsroute is toegestaan.
Onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering
Grondwater dat vrijkomt bij onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering mag op grond van het omgevingsplan onder voorwaarden op of in de bodem of op het schoonwaterriool worden geloosd.
Grondwater dat vrijkomt bij onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering mag op grond van de waterschapsverordening onder voorwaarden op het regionale oppervlaktewater worden geloosd.
Zie verder onder het kopje ‘Lozen van grondwater bij saneren van de bodem of het grondwater’.
Het lozen op rijkswater of de Noordzee is geregeld in de hoofdstukken 6 en 7 Bal. Het is verboden om grondwater dat vrijkomt bij onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering op rijkswater of de Noordzee te lozen.
Lozen van grondwater bij saneren van de bodem of het grondwater
Saneren van de bodem is geregeld in paragraaf 4.121 Bal. Grondwatersanering is van deze activiteit uitgezonderd.
Bij saneren van de bodem kan grondwater vrijkomen bij bemaling. Het Bal bevat de verplichting om de lozingsroute aan te geven in de melding voor het saneren van de bodem.
Het Bal bevat regels over lozen bij saneren op rijkswateren (hoofdstuk 6) of de Noordzee (hoofdstuk 7). Verder is het lozen bij saneren van de bodem geregeld in het omgevingsplan of de waterschapsverordening.
Bij een grondwatersanering kan ook grondwater vrijkomen. Door de provincie Noord-Holland zijn geen regels gesteld over grondwatersanering of het lozen daarbij. Het lozen bij een grondwatersanering is geregeld in het omgevingsplan of de waterschapsverordening.
Grondwater dat vrijkomt bij het bemalen vanwege saneren van de bodem of een grondwatersanering (inclusief onderzoek voorafgaand aan grondwatersanering) mag op grond van het omgevingsplan op of in de bodem of het schoonwaterriool worden geloosd, mits aan bepaalde emissiewaarden wordt voldaan.
Voor het lozen op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden zoals bedoeld in bijlage XIX van het Bkl, gemeten in een steekmonster.
Voor het lozen op een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden zoals opgenomen in het omgevingsplan, gemeten in een steekmonster.
Er wordt bij het lozen op een riool een zandvanger (bezinkinstallatie) gebruikt.
Het grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.
Grondwater dat vrijkomt bij het bemalen vanwege de activiteit saneren van de bodem of een grondwatersanering (inclusief onderzoek voorafgaand aan grondwatersanering) mag op grond van de waterschapsverordening worden geloosd op een regionaal oppervlaktewater, mits aan bepaalde emissiewaarden wordt voldaan. De emissiewaarden verschillen voor een aangewezen of niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam.
Grondwater dat vrijkomt bij het bemalen vanwege de activiteit saneren van de bodem of een grondwatersanering (inclusief onderzoek voorafgaand aan grondwatersanering) mag op grond van paragraaf 6.2.7.5 en paragraaf 7.2.7.5 van het Bal worden geloosd op rijkswateren of de Noordzee, mits aan bepaalde emissiewaarden wordt voldaan. Dezelfde regels gelden voor lozen op rijkswateren of de Noordzee bij graven in de bodem.
Bevoegd gezag
Als er afvalwater vrijkomt bij de milieubelastende activiteit saneren, bepaalt de lozingsroute wie bevoegd gezag is voor deze lozing. Er zijn 4 lozingsroutes. Tabel 4.2 laat zien wie bevoegd gezag is voor welke lozingsroute.
Tabel 4.2Lozingsroutes na onttrekking van grondwater bij saneren
Lozingsroute op:
Bevoegd gezag
Soort activiteit
Regels in
Rijkswateren en Noordzee
Waterbeheerder (Rijkswaterstaat)
Wateractiviteit
Besluit activiteiten leefomgeving (Hoofdstukken 6 en 7 Bal)
Regionale wateren
Waterbeheerder (Waterschap)
Wateractiviteit
Waterschapsverordening
Riool
Gemeente
Milieubelastende activiteit
Omgevingsplan
Op of in de bodem (ook bij lozing > 10 m diep)
Gemeente
Milieubelastende activiteit
Omgevingsplan
Als een bepaalde (andere) lozingsroute gewenst is, is het aan het bevoegd gezag om hier regels over op te stellen. Hierbij sluit het bevoegd gezag aan bij de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater. Ook stemt het bevoegd gezag van deze lozingsroute zo nodig af met andere bestuursorganen.
Informatieplicht
Voor het lozen bij saneren geldt in het omgevingsplan en de waterschapsverordening een informatieplicht. Ten minste vier weken van tevoren worden aan het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:
De aard en omvang van de lozing; en
De verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders of aan het dagelijks bestuur van het waterschap.
Meldingsplicht
Voor het lozen op rijkswater geldt een meldingsplicht (in combinatie met een informatieplicht).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Lozen van grondwater bij saneren
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen