De begripsomschrijvingen in deze paragraaf zijn afkomstig uit vigerende wet- en regelgeving en hier opgenomen ter toelichting/als uitleg. Er is geen sprake van een lokale invulling van definities.
Bouwstof
Het begrip ‘bouwstof’ wordt in het Besluit bodemkwaliteit (artikel 1 Bbk (gewijzigd)) omschreven als materiaal dat is bestemd om te worden toegepast, waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of en aluminium samen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen. Het gaat om steenachtig materiaal. Voorbeelden hiervan zijn beton, asfalt, dakpannen en bakstenen. In de definitie van het begrip bouwstof zijn vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie uitgezonderd. Materialen zoals kunststof, hout of stro worden ook toegepast als bouwstof, maar deze materialen vallen dus niet onder de regels voor bouwstoffen in het Bal. Asbest voldoet in principe wel aan de definitie van een bouwstof, maar vanwege milieuhygiënische risico’s mag het niet meer worden toegepast.
Granuliet
Een vast materiaal met een korrelgrootte van 63 µm en kleiner, afkomstig uit een breekproces van graniet en zandsteen/kwartsiet die meer dan 10% silicium bevatten, en in mindere mate ook calcium en aluminium. Verder bestaat granuliet uit organische stof in een verhouding en met een structuur zoals die van nature in de bodem wordt aangetroffen. Granuliet voldoet daarmee aan de definitie van grond. Zie uitspraak Raad van State in granuliet-discussie:
Uitspraak 202004635/1/R1 - Raad van State.
Immobilisaat
Het begrip immobilisaat is in het Bal gedefinieerd als vormgegeven bouwstoffen die het product zijn van een methode van verwerking waarbij de chemische of fysische eigenschappen van een afvalstof worden gewijzigd met het primaire doel daarin aanwezige verontreinigende stoffen vast te leggen. Immobilisaat is een mengsel van een of meerdere (afval)stoffen met toevoeging van een bindmiddel en overige additieven. Immobilisaten worden samengesteld uit onderdelen (bijvoorbeeld sorteerzeefzand) die zelfstandig niet toepasbaar zijn als bouwstof. Door toevoeging van het bindmiddel worden de verontreinigingen in de verschillende (afval)stoffen fysisch en/of chemisch gebonden. Met een voorafgaande milieuverklaring kan worden aangetoond dat het immobilisaat voldoet aan de maximale samenstellingswaarden en emissiewaarden.
AVI-bodemassen
Het begrip AVI-bodemassen is in het Bal gedefinieerd als bodemas dat resteert na verbranding in een installatie die alleen of in hoofdzaak is bedoeld voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen in een roosteroven of een wervelbedoven. AVI-bodemassen zijn zonder verdere bewerking niet toepasbaar. Door AVI-bodemas te bewerken kan een vrij toepasbare bouwstof ontstaan, mits deze aan de kwaliteitseisen voldoet. Bewerken kan door het AVI-bodemas te reinigen of bijvoorbeeld AVI-bodemas als immobilisaat toe te passen.
Staalslakken/staalslakkenmengsels
Staalslak is een bijproduct van de staalproductie. Het ontstaat bij de omzetting van ruwijzer naar staal. De gestolde staalslak is een steenachtig materiaal. Staalslakken vallen grotendeels onder de Beoordelingsrichtlijn (BRL)9310. Met andere slakken vallen deze onder de paraplu-BRL 9345. Er zijn ook mengsels met 5-20 procent staalslak onder de BRL2506 als hydraulisch menggranulaat (HG). Voor deze bouwstoffen gelden toepassingsvoorwaarden, zoals “droogligging” en geen contactmogelijkheid met oppervlaktewater.
Grondstabilisatie
Grondstabilisatie wordt ook wel aangeduid met massastabilisatie. In het kader van het streven naar een circulaire economie ontstaan er steeds nieuwe soorten bouwstof (niet-vormgegeven) die worden gemaakt door de grond ter plaatse met bindmiddelen te ‘stabiliseren’. De beschikbaarheid van een milieuverklaring voor de bouwstof voorafgaand aan toepassing daarvan is het uitgangspunt van de regelgeving over bouwstoffen. Grondstabilisatie wordt vaak toegepast zonder milieuverklaring vooraf. Er wordt een flinke groei verwacht van deze toepassingen. Vaak gaat het om zeer grote toepassingen.
Partij
Onder partij wordt verstaan een hoeveelheid (bodem)materiaal die volgens de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit gestelde regels als partij wordt aangemerkt. Hoewel in artikel 1, tweede en derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit een uitleg wordt gegeven wat in dat besluit en daarop berustende bepalingen als een partij moet worden aangemerkt, moet verder worden gekeken dan dat artikel. In de regels van het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit zijn onder andere bepalingen opgenomen over het samenvoegen en splitsen van partijen, deze moeten ook worden meegenomen in de afweging of van een partij sprake is. In de toelichting bij artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit is nader aangegeven wat onder partij wordt verstaan. Daarin zijn ook voorbeelden opgenomen.
Werk
Het begrip werk is een breed begrip dat functionele toepassingen van bouwstoffen dekt. In de omschrijving van het werk zijn naast overige functionele toepassingen, de begrippen ‘bouwwerk’ (constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is, direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties) en ‘infrastructuur’ (wegen en vaarwegen, waaronder routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen, en spoorwegen, havens, luchthavens, energie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen, infrastructuur voor watervoorzieningswerken en andere vitale infrastructuur) opgenomen. Het gaat bijvoorbeeld om dijken, viaducten, (spoor)wegen of geluidswallen. Een belangrijke eigenschap van een werk is dat het een functioneel karakter heeft.
De situaties waarin géén bouwstoffen mogen worden toegepast zijn geregeld in artikel 4.1260 van het Bal, het gaat hierbij om het verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam of het ontwikkelen tot landbodem of het ophogen van de bodem voor het verwezenlijken van bedrijventerreinen, woningbouwlocaties, landbouwgronden, natuurgronden, tuinen of recreatieterreinen.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1
Begripsomschrijvingen bouwstoffen
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen