In artikel 4.1262, lid 2 van het Bal staat beschreven dat bouwstoffen moeten worden verwijderd als het werk waarin ze zijn toegepast buiten gebruik is gesteld. Dit is nodig, omdat de bodem fysisch of chemisch verontreinigd kan raken of kan worden aangetast door het op of in de bodem brengen van materialen die niet van nature in de bodem voorkomen.
Maar onder bepaalde omstandigheden kan het verwijderen van bouwstoffen na buitengebruikstelling van het werk grotere nadelige gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving dan ze daar te laten. Het gaat vooral om situaties waarin ondoorlatende bodemlagen beschadigd kunnen raken, zoals bijvoorbeeld bij verwijdering van betonnen heipalen in dergelijke bodemlagen. Maar bijvoorbeeld een tijdelijke bouwweg of een parkeerplaats moet wel worden verwijderd als het werk is afgerond (en de definitieve weg of parkeerplaats niet op dezelfde plek is aangelegd).
Hoofdstuk 7
Artikel 7.5
Verwijderingsplicht bouwstoffen
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen