Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Toetsingsprotocol Wabovergunningen / Omgevingswet-vergunningen

Onderdeel van Vergunningenbeleid en uitvoeringsprogramma 2024

Voor de toetsing van Wabo-aanvragen (aanvragen om omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór inwerkingtreding Omgevingswet, dus vóór 1 januari 2024) wordt gebruikt gemaakt van de toetsingsmatrix en de zogenoemde BRIStoets©, een webapplicatie die is gebaseerd op het ‘Landelijk Toetsingsprotocol Bouwplannen 2012’ (LTB). Deze is als bijlage 1 toegevoegd aan deze beleidsnota. In het LTB is de werkwijze vastgelegd. De nadruk bij het toetsen ligt op veiligheid en gezondheid. Op grond van de uitkomsten van de weging uit de matrix is een prioriteitenlijst opgesteld. De beschikbare capaciteit wordt ingezet daar waar de risico’s het grootst zijn en waarvoor onze deskundigheid en kennis het meest gevraagd is. Op die manier blijft Geldrop-Mierlo op een verantwoorde manier verzekerd van een veilige en gezonde bebouwde omgeving. Matrix toetsingsprotocol Het toetsingsprotocol bestaat uit een matrix. In deze matrix worden verticaal de aspecten per hoofdstuk uit het Bouwbesluit 2012 weergegeven, zoals veiligheid (constructie van het bouwwerk, gebruik), gezond¬heid (geluid, licht, ventilatie), bruikbaarheid (toegankelijkheid, vrije doorgang) en energiezuinigheid (isolatie, terugdringen gebruik gas en elektriciteit). Horizontaal zijn de gebruiksfuncties weergegeven die het Bouwbesluit onderscheidt, zoals woon-, industrie- en winkelfunctie. Per combinatie wordt weergegeven hoe intensief een bouwplan moet worden getoetst. Geldrop-Mierlo volgt de landelijke matrix, die regelmatig wordt bijgesteld. De BRIStoets©-matrix is dynamisch en er worden regelmatig wijzigingen in aangebracht. Een matrix wordt dan ook niet opgenomen in het beleid. Verwezen wordt naar de meest actuele LTB van BRIStoets© waarbij gemeente Geldrop-Mierlo zich heeft aangesloten via een online abonnement. In de matrix wordt een groter belang gehecht aan veiligheid- en gezondheidsaspecten. Bovendien worden bouwwerken die worden gebruikt voor gevoelige gebruiksfuncties intensiever getoetst. Een voorbeeld daarvan is een verzorgingstehuis. Bouwwerken die door hun gebruik of omvang een groter risico vormen voor de brandveiligheid hebben een hoge prioriteit gekregen. De toetsniveaus De diepgang van de toets kan variëren van “geen toets” tot “volledig toetsen”: Niveau 1. Uitgangspuntentoets / snel toetsen. Getoetst wordt of alle stukken beschikbaar zijn om de uitgangspunten van de aanvraag te kunnen beoordelen. De toets beperkt zich tot de aangeleverde stukken (ontvankelijkheidtoets). Dit niveau is de minimale invulling. Niveau 1 wordt toegepast wanneer de kans en de gevolgen zeer gering zijn. Niveau 2. Visueel toetsen. Getoetst wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn. Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Niveau 2 is het basisniveau. Niveau 3. Representatief toetsen. Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Op basis van de visuele toets wordt bepaald welke aspecten moeten worden nagerekend. Het bepalen van de belangrijkste berekeningen blijft een taak van de toetser. Niveau 4. Volledig toetsen. Getoetst wordt of de uitgangspunten van de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn en of van elk te toetsen aspect de uitgangspunten juist zijn. Van elk te toetsen aspect worden de uitkomsten gecontroleerd of nagerekend. Niveau 4 komt in de matrix alleen voor met betrekking tot het toepassen van zogenaamde ‘gelijkwaardige oplossingen’.

Rechtspraak bij dit artikel