Bevoegdheid burgemeester (artikel 13b Opiumwet)
Voor de bestuurlijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, lijst II) van de Opiumwet en/of de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die bestemd zijn voor onder meer het telen bereiden van drugs (voorbereidingshandelingen), is in die wet artikel 13b opgenomen.
Op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, indien in woningen of lokalen of op een daarbij behorend erf drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. De bevoegdheid bestaat ook als in een lokaal/woning of op een daarbij behorend erf geen drugs worden aangetroffen (noch verkocht, afgeleverd of verstrekt), maar er wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. Denk hierbij aan bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen. Er is dan sprake van zogenoemde strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3° (harddrugs), of artikel 11a van de Opiumwet (softdrugs).
Middels de last onder bestuursdwang geeft de burgemeester het bevel af dat de woning, het lokaal en/of bijbehorend erf (tijdelijk) moet worden gesloten. Daarnaast heeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen of een waarschuwing af te geven.
Het betreft een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat de burgemeester een individuele afweging maakt bij het nemen van een besluit waarin alle relevante feiten en omstandigheden van dat specifieke geval worden afgewogen.