Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Doelgroep eenmalige energietoeslag

Onderdeel van Beleidsregel eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Delft

1.. De eenmalige energietoeslag van € 1.000,- is bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen die door de stijgende prijzen voor energie te maken hebben met hogere energielasten. 2.. Een huishouden heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120 % van de voor hen toepasselijke bijstandsnorm. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid is de eenmalige energietoeslag van € 200 bedoeld voor huishoudens met een in aanmerking te nemen inkomen tussen de 120%- 130% van de voor hen geldende bijstandsnorm gedurende de referteperiode, mits zij eerder geen vooruitbetaling van € 500 hebben ontvangen. 4.. Voor de beoordeling van het inkomen genoemd in het tweede en derde lid is de kostendelersnorm niet van toepassing. 5.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, bedraagt de eenmalige energietoeslag € 1.500 voor inwoners die geen vooruitbetaling van € 500 hebben ontvangen, maar wel aan de voorwaarde van het tweede lid voldoen. 6.. De eenmalige energietoeslag wordt ambtshalve of op aanvraag als eenmalige bijzondere bijstand toegekend. 7.. Voor de toepassing van deze regeling wordt het vermogen niet in aanmerking genomen. 8.. Voor bepaling van het inkomen van een zelfstandige wordt uitgegaan van het boekjaar, voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is gedaan. Dit is het inkomen na aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Deze belasting en premies worden gesteld op het percentage, zoals vermeld in artikel 6, tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Hierbij wordt een teruggave inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen niet als inkomen aangemerkt. Het vastgestelde inkomen als zelfstandige wordt, na eventuele vermeerdering met andere inkomsten over het betreffende boekjaar, gedeeld door het aantal maanden van het betreffende boekjaar. 9.. Tot de huishoudens met een laag inkomen behoren ook huishoudens die in verband met een minnelijke of wettelijke schuldregeling een besteedbaar inkomen hebben op het niveau als bedoeld in het tweede lid van dit artikel. 10.. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de peildatum: in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet mits de inrichting voorziet in de energiekosten en deze energiekosten niet in rekening brengt bij de bewoners; is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; aanspraak maakt of kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; 11.. Er wordt per huishouden eenmaal energietoeslag verstrekt ten behoeve van de hoofdbewoner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel