Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4

Financiering derden

Onderdeel van Treasurystatuut 2024

1.. Het verstrekken van een geldlening of een borgstelling (garantie) aan derden is slechts toegestaan vanuit de publieke taak. Per geval neemt het college van B&W hiertoe een expliciet besluit. 2.. Bij het besluit dient gemotiveerd te worden welk publiek belang wordt gediend en welke zekerheden de gemeente verwerft ter afdekking van de risico’s. Toelichting Artikel 2 lid 2 Een rentevisie is een verwachting over de rente-ontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne- of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële ondernemingen. Afstemming van het beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen van uitzettingen met een lange looptijd indien men een rentestijging verwacht. Artikel 2 lid 3 Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de meerjarig investeringsplanning en overzicht geldstromen in de gemeentebegroting blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn. Artikel 4 lid 1 Bij verstrekte leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak moet rekening worden gehouden met juridische aspecten zoals staatsteun. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als geen marktconformrentetarief wordt gehanteerd. Vanuit maatschappelijk oogpunt kan het verlenen van financiële steun aan instellingen gewenst zijn, maar hier tegenover staan financiële risico’s die met het verstrekken van geldleningen en borgstellingen/garanties gemoeid zijn. Van geval tot geval moet bepaald worden of de verstrekking in verhouding staat tot de risico’s. Verlenen van financiële steun is namelijk geen kerntaak van de gemeente. Op basis hiervan pleit vorenstaande om te kiezen voor het beleidsuitgangspunt “nee, tenzij”. Dit betekent dat bij het verlenen van een borgstelling of het verstrekken van een geldlening door de gemeente eerst een oplossing in de markt gezocht moet worden en de gemeentegarantie slechts in laatste instantie, onder voorwaarden, kan worden verstrekt. Met een borgstelling kan een instelling lenen tegen een lager rentetarief; de bank verschuift namelijk risico’s naar de gemeente. Van het verstrekken van borgstellingen kan geen sprake zijn als alleen dit argument van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel