De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen:
wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan;
verwerken van verleende onherroepelijke omgevingsvergunningen;
wijzigingen van technische aard, waaronder:
het toevoegen of wijzigen van algemene bepalingen, begripsbepalingen, meetbepalingen en indieningsvereisten voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan;
wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving;
corrigeren van kennelijke verschrijvingen en verkeerde verwijzingen;
het stellen van nadere regels over de beoordeling van vergunningaanvragen, de periode waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend en de voorschriften en beperkingen die aan een vergunning verbonden zijn;
het vertalen van vastgesteld beleid in het omgevingsplan voor zover niet in strijd met de omgevingsvisie;
het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan;
wijzigingen zoals omschreven in de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen van het tijdelijk omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan);
het nemen van een spoedeisend voorbereidingsbesluit ter voorkoming van ongewenste ontwikkelingen tijdens de voorbereiding van een nieuw omgevingsplan;
het toevoegen van gegevens aan de regels in het omgevingsplan, die het omgevingsplan machineleesbaar maken (annoteren onder de Omgevingswet);
het verschuiven van de grenzen van het locatiegebruik van regels met niet meer dan 10 meter;
het besluit om geen omgevingsplan in procedure te brengen, dan wel te besluiten tot het niet laten vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan;
omgevingsplanwijziging ter uitvoering van een uitspraak van de Raad van State.
Artikel 1.
Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan
Onderdeel van Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Noardeast-Fryslân