Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.1

Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering

Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen 2024

De grondroerder zorgt ervoor dat een afschrift en/of een digitale versie van het instemmingsbesluit, vergunning of het meldingsformulier inclusief tekening(en), het Handboek, de afschriften van de toestemmingen van derden inclusief de voorwaarden en de gegevens van de Klic-melding op de graaflocatie aanwezig zijn. Deze worden desgevraagd aan de coördinator en/of toezichthouder getoond. De grondroerder houdt zich aan de CROW-richtlijnen (onder andere) “ Schade voorkomen aan kabels”, (respectievelijk de publicaties 500), de meest recente Standaard RAW-bepalingen (voor grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk) en de Verordening-, Handboek K&L- en WIBON-bepalingen, inclusief eventuele recente aanvullingen. Indien het voor aanvang bekend is dat er kabels en/of leidingen van meerdere netbeheerders in, in de directe nabijheid of aansluitend aan een te roeren tracé gelegd of opgeruimd moeten worden, moeten deze werkzaamheden zoveel mogelijk gecombineerd, maar in ieder geval aansluitend aan elkaar in een werkgang, uitgevoerd worden. De grondroerder(s) stemmen dit als zodanig onderling of met de betreffende netbeheerder(s) en met de coördinator af (combiwerk). Verder kunnen ook projecten aan de orde zijn waarbij werkzaamheden van de gemeente en netbeheerder(s) binnen een gezamenlijk afgesproken tijdvak uitgevoerd moeten worden. Deze werkzaamheden komen tot stand vanuit proactieve regie en zijn voorafgaand aan de instemmings- of vergunningsaanvraag bekend. De locatie van het opslagterrein van de grondroerder wordt in overleg met de gemeente bepaald. De gemeente stelt de volgende voorwaarden aan inrichting en oplevering van het opslagterrein: een opslagterrein (inclusief schaftketen en zware machines) mag niet binnen de kwetsbare boomzone en binnen 1,50 m van de kroonprojectie van bomen liggen; ongestoorde ligging van aanwezige kabels en/of leidingen moet worden gewaarborgd; de grondroerder moet gedurende de werkzaamheden het laden en lossen en het opslaan van bouwmaterialen op het opslagterrein laten plaatsvinden, niet daarbuiten; tijdens vakanties (van meer dan twee weken en op Oud- en Nieuwjaarsdag) is het opslagterrein leeg; in verband met evenementen kan (tijdelijke) ontruiming van het opslagterrein worden vereist; de inrichting en oplevering van het opslagterrein wordt tussen de toezichthouder en de grondroerder afgestemd; na afloop van de werkzaamheden wordt het opslagterrein schoon en in oude staat opgeleverd. Het is alleen toegestaan om Klic-gegevens in het veld aan te geven met wegenkrijt. Spuitbussen of andere methoden waarbij er verfresten achterblijven op de bestrating zijn niet toegestaan. Het risico voor het af- en aanvoeren van bouwstoffen ligt altijd bij de grondroerder. De grondroerder moet daarbij aan alle wettelijke eisen en (milieu-)voorschriften voldoen. Behalve bij spoedeisende werkzaamheden moet er, conform de Arbeidsomstandighedenwet, voor werknemers een toiletvoorziening op of nabij de graaflocatie aanwezig zijn. Als een toiletcabine wordt ingezet , moet deze vastgezet zijn om omwerpen te voorkomen. Tenzij met de toezichthouder anders is overeengekomen, mag er per dag geen grotere sleuflengte worden opengemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt. Ook moeten alle montage- en lasgaten aan het einde van de werkdag dichtgemaakt worden. De uitvoering van het herstel en onderhoud van de verharding en/of groenvoorziening wordt uitgevoerd met inachtneming van de “schaderegeling ingravingen” van de gemeente Buren. Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare ruimte een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren, moet voorafgaand aan de werkzaamheden met de coördinator overlegd worden over de wijze waarop de grondroerder de kwaliteit van de huidige verharding bereikt en garandeert. Als de huidige kwaliteit niet kan worden gegarandeerd kan de gemeente eisen dat de kabels en/of leidingen via een ander tracé worden gelegd of dat de verharding over de volle breedte opnieuw wordt gelegd. Bij werkzaamheden is definitief herstel binnen twee werkdagen gereed en bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard of spoedeisende werkzaamheden binnen vierentwintig uur. Uitzonderingen hierop zijn artikel 3.3, derde en vierde lid van dit handboek, en locaties waar gesloten verharding aanwezig is, daarvoor geldt artikel 8.3 van dit handboek. De gemeente kan ervoor kiezen om de open verharding in (gedeelten van) de openbare ruimte in eigen beheer te (laten) herstellen. Afspraken hierover worden voor aanvang van het werk gemaakt. In deze gevallen zorgt de grondroerder ervoor dat de opgebroken verhardingsmaterialen onder handbereik langs het tracé worden geplaatst. De grondroerder herstelt de sleuf, inclusief verdichting en brengt het zandbed voor de bestrating aan. Tijdens het werk dienen alle (bestratings-)materialen (zo mogelijk) in de nabijheid van de sleuf geplaatst te worden, in ieder geval binnen de wegafzetting maar niet tegen gevels, hekwerken of bomen. Zand, grond en eventueel funderingsmateriaal wordt gescheiden ontgraven, opgeslagen en in dezelfde volgorde teruggebracht in de sleuf. Als er direct naast de sleuf geen ruimte is wordt de plaats van tijdelijke opslag van (bestratings-) materialen vooraf in overleg met de toezichthouder bepaald. Voor tijdelijke opslag van grond is mogelijk toestemming nodig van de Omgevingsdienst Rivierenland. Na beëindiging van het werk (of op eerste aanzegging van de gemeente) worden deze (bestratings-)materialen verwijderd. Indien van toepassing dient de ondergrond te worden hersteld in de originele staat. Alle aanwezige onbeschadigde (bestratings-)materialen worden onbeschadigd herplaatst. De grondroerder zorgt bij beschadiging zelf voor herstel en/of vervangend (bestratings-) materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij tijdens gezamenlijke vooropname van het tracé met de toezichthouder afspraken zijn gemaakt over het leveren van (bestratings-)materiaal door de gemeente. Deze (bestratings-)materialen kunnen in overleg afgehaald worden op de gemeentewerf. Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal is van dezelfde soort en minimaal dezelfde kwaliteit als het aanwezige (bestratings-)materiaal en de door de gemeente normaal gesproken toegepaste (bestratings-)materialen. Rondom afsluiters, brandkranen, handholes en dergelijke, die vanaf maaiveldniveau toegankelijk zijn, moeten in (gesloten)verharding betonnen pastegels (zogenaamde straatkappen) aangebracht worden. Nadat de werkzaamheden gereed zijn, moet het tracé volledig hersteld zijn en de werkomgeving opgeruimd achtergelaten. Bermen en onverharde grond zijn vrij van stenen en dergelijke en indien van toepassing ingezaaid. Al het overtollige puin, grond, zand, beplantingsresten en/of afval van de werkzaamheden is afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Er mag ook geen zand of vuil achterblijven in (mol)goten, lijnafwatering en straat- en trottoirkolken (indien nodig moet de grondroerder deze reinigen). Eventueel gemaakte bronneringsgaten worden opgevuld. De werkomgeving wordt opgeleverd in ten minste de oude staat. De grondroerder en toezichthouder leveren het tracé gezamenlijk op. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden, kan de toezichthouder een opleveringsdocument door beide partijen laten ondertekenen. De bepalingen in artikel 7.2.1 tot en met 7.2.4 van dit handboek zijn ook van toepassing voor de uitvoering. Indien tijdens de uitvoering afgeweken wordt van het ingestemde tracé (in horizontale of verticale zin) moet dit altijd vooraf goedgekeurd worden door de toezichthouder. De grondroerder zorgt na overeenstemming binnen vijf werkdagen voor het uploaden van een gewijzigde tracétekening met afwijkingsrapport in het registratiesysteem, voor het instemmings- of vergunningsdossier. Bij grotere afwijkingen kan de toezichthouder echter vereisen dat er een volledig nieuwe vergunning of nieuw instemmingsbesluit wordt aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel