Wegkruisingen in wegen met een gesloten verharding worden altijd gerealiseerd door middel van een persing of (gestuurde) boring volgens artikel 8.5 van dit handboek, tenzij met de toezichthouder anders is overeengekomen of de toezichthouder anders bepaald.
Het is verboden ontgravingen te verrichten in wegen met een gesloten verharding, behalve wanneer in deze wegen al kabels en/of leidingen aanwezig zijn die gerepareerd moeten worden of als er aansluitingen gemaakt moeten worden. In die gevallen wordt er gewerkt met voorafgaande (schriftelijke) toestemming van de gemeente.
Voordat een gesloten verharding mag worden verwijderd moeten de grenzen van het betreffende uit te breken gedeelte op steenmaat, met een minimale breedte en lengte van 0,50 m, tot de gewenste diepte worden ingezaagd.
Bij mechanisch te verrichten grondwerk moet de gesloten verharding minimaal 0,50 m breder zijn dan de bakbreedte van de graafmachine. Het ondergraven van de gesloten verharding is niet toegestaan.
Vrijgekomen asfaltmaterialen dienen te worden (voor zover dit mogelijk is) gescheiden naar:
teerhoudend;
niet teerhoudend.
Beide moeten voor eigen rekening worden afgevoerd conform de CROW-publicatie 210:
'Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt'.
Indien van toepassing zorgt de grondroerder zelf voor de benodigde afvalstroomnummers. Een kopie van de acceptatie- of stortbonnen van een erkend en gecertificeerd verwerkingsbedrijf wordt direct overhandigd aan de coördinator of toezichthouder.
Sleuven of montage- c.q. lasgaten worden in de gesloten verharding gescheiden ontgraven. Nadat de kabels en/of leidingen zijn gelegd, wordt er over de volle breedte gescheiden aangevuld en verdicht. De funderingsconstructie wordt hersteld met menggranulaat 0/31,5 mm. Indien de verdichting niet kan worden gegarandeerd kan op aanwijzing van de toezichthouder worden besloten om nieuw opvulmateriaal te gebruiken, geheel voor rekening van de grondroerder.
De te herstellen sleuf, montage- of lasgat in de gesloten verharding moet tonrond dichtgestraat worden in een zandbed van tenminste 0,05 m brekerzand met betonstraatstenen (zo mogelijk in de kleur van de aanwezige verharding) in elleboogverband op een wijze die geen gevaar oplevert. De grondroerder dient voor eigen rekening het brekerzand en de betonstraatstenen SS KF 80mm dik te leveren De bovenzijde van de stenen ligt gelijk met de aansluitende gesloten verharding. De stenen worden vlak ten opzichte van elkaar gestraat. Voor het onderhoud van de met klinkers herstelde sleuf geldt de afspraak zoals is vermeldt in artikel 5.2.2, derde lid van dit handboek.
Indien het dichtstraten van een sleuf, montage- of lasgat niet op deugdelijke wijze wordt uitgevoerd, kan dat tot gevolg hebben dat de aansluitende verhardingen als gevolg van het gebruik door het verkeer verzakken en/of beschadigen. Binnen de afgesproken onderhoudstermijn die geldt voor straatwerk moet dergelijke schade door de grondroerder worden hersteld.
De werkomgeving wordt opgeleverd zoals omschreven in artikel 8.1, negentiende lid van dit handboek.
Het definitieve herstel van gesloten verharding wordt in beheer van de gemeente achteraf uitgevoerd. De kosten van herstel zal via het digitale registratiesysteem worden doorberekend naar de aanvrager.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.3
Opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verharding
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen 2024