De Omgevingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om in een uiterste geval te onteigenen. Onteigening is een zwaar instrument en is alleen mogelijk indien kan worden aangetoond dat het publieke belang zwaarder weegt dan het persoonlijke belang en de eigenaar geen (succesvol) beroep doet op zijn recht op zelfrealisatie. Bovendien moet de gemeente eerst trachten het minnelijk te verwerven. Onteigening vergt een vastgesteld ruimtelijk plan (wijziging Omgevingsplan). Bij verwerving met onteigening ‘als stok achter de deur’ wordt verworven op basis van volledige schadeloosstelling ter voorkoming van onteigening, waarbij de schade die een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van de onteigening volledig wordt vergoed, opgebouwd uit vermogensschade, inkomensschade en bijkomende schade. Indien de verwachtingswaarde (de ‘complexwaarde’) hoger is dan de berekende schadeloosstelling op basis van de huidige bestemming en gebruik, dient deze te worden vergoed. Bij verwerving op onteigeningsbasis dient, met het oog op een eventuele onteigeningsprocedure, door de gemeente een verwervingsdossier te worden opgebouwd conform de daarvoor geldende vereisten.
Het bestuursorgaan (gemeenteraad) neemt zelf een besluit tot onteigening. Dat besluit moet bekrachtigd worden door de bestuursrechter. Tegen het bekrachtigingsbesluit staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gerechtelijke procedure gaat alleen nog over de schadeloosstelling. De rechter spreekt niet de onteigening uit en kan ook geen bezwaren tegen de onteigening behandelen. De gerechtelijke procedure is een verzoekprocedure bij de burgerlijke rechter. De eigendomsoverdracht verloopt via de notaris. Doordat de procedures parallel geschakeld kunnen worden, is de verwachting dat de onteigeningsprocedure gemiddeld sneller doorlopen zal kunnen worden.
Inzet van het onteigeningsinstrument past bij een actief grondbeleid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Onteigening
Onderdeel van Nota grondbeleid gemeente Houten 2024