Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Geen uitzicht op inkomensverbetering

Onderdeel van Nadere regels Verordening Individuele inkomenstoeslag 2015 gemeente Zuidplas

Aan de in artikel 36, eerste en tweede lid, van de wet gestelde voorwaarde met betrekking tot het geen uitzicht hebben op inkomensverbetering, gelet op de omstandigheden van die persoon, wordt voldaan: indien op de uitkering van de belanghebbende gedurende een periode van 12 maanden vóór de peildatum geen verlaging op grond van artikel 18, vierde lid van de wet, artikel 18b, tiende of elfde lid, van de wet, of artikel 10, tweede of derde lid, artikel 13, eerste lid of artikel 14, eerste lid van de Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Zuidplas 2015 of artikel 9, tweede of derde lid of artikel 11, eerste lid, van de Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Zuidplas 2015 is toegepast; en indien de belanghebbende gedurende (een deel van) de referteperiode geen opleiding of studie heeft gevolgd dan wel volgt als bedoeld in de WTOS of de WSF 2000; en indien naar het oordeel van het college de krachten en bekwaamheden van de belanghebbende dusdanig zijn dat aannemelijk is dat in een periode van 12 maanden vanaf de peildatum geen uitzicht op inkomensverbetering bestaat; en indien de belanghebbende op de peildatum geen persoon is jonger dan 27 jaar, tenzij: artikel 9, vijfde lid, van de wet, op de peildatum op de belanghebbende van toepassing is; of de belanghebbende op de peildatum een Wajong-uitkering ontvangt en geen arbeidsvermogen heeft; of op de belanghebbende onderdeel c van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel