Een hulpvraag kan door de persoon die hulp nodig heeft of door een ander voor die persoon aan de gemeente worden doorgegeven.
Het doorgeven van de hulpvraag aan de gemeente kan schriftelijk, via internet, mondeling of telefonisch.
Het college stuurt een brief over de ontvangst van de melding.
In situaties waarin directe actie nodig is, zorgt de gemeente na de melding zo snel mogelijk voor tijdelijke hulp terwijl het onderzoek nog loopt (volgens artikel 2.3.3 van de Wmo).
Er wordt geen onderzoek gedaan als de melding alleen bestaat uit een vraag om informatie of als een vraag direct kan worden beantwoord. Dit geldt ook als de melding op een andere plek thuishoort zoals een andere afdeling of organisatie.
Het college wijst de cliënt en zijn/haar mantelzorger op de mogelijkheid om gratis onafhankelijke ondersteuning van een cliëntondersteuner te krijgen tijdens het onderzoek (volgens artikel 2.3.2 lid 1 van de Wmo).
Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid om een persoonlijk plan te maken. Het college geeft hem of haar zeven dagen na de melding de tijd om dit plan te geven (volgens artikel 2.3.2 lid 2 van de Wmo).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Melding ondersteuningsvraag
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE FRYSKE MARREN 2024