Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Voorwaarden en weigeringsgronden voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE FRYSKE MARREN 2024

De regels in dit artikel gelden voor alle vormen van maatwerkvoorzieningen. Naast de voorwaarden en weigeringsgronden in dit artikel gelden aanvullende voorwaarden per specifieke vorm van ondersteuning. Deze staan in de artikelen 4.3 tot en met 4.9 van deze verordening. Er wordt geen maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid en participatie gegeven als: de ondersteuning niet lang nodig is, tenzij het gaat om huishoudelijke hulp of begeleiding; de cliënt geen inwoner is van de gemeente De Fryske Marren, behalve bij Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang of bij het kunnen bereiken van een woning van ouders of partner om regelmatig thuis te kunnen komen. De cliënt kan op dit adres ook de hulpmiddelen blijven gebruiken die eerder zijn gegeven. Als een maatwerkvoorziening nodig is, wordt de meest geschikte en goedkoopst beschikbare voorziening geleverd. Een maatwerkvoorziening wordt alleen gegeven als deze voor de cliënt en anderen veilig is en het geen risico’ s geeft voor de gezondheid. Ook mag het geven van de voorziening geen nadeel hebben op herstel van de beperkingen van de cliënt. Als het college vindt dat de cliënt had kunnen verwachten en voorkomen dat ondersteuning nodig is, dan kan het college besluiten om geen maatwerkvoorziening toe te kennen. Een voorziening wordt alleen vervangen als de eerdere voorziening technisch is afgeschreven en niet langer veilig is en niet goed meer werkt, tenzij: de eerdere voorziening is verloren zonder schuld van de persoon; de cliënt helemaal of gedeeltelijk meebetaalt aan de ontstane kosten; de eerdere voorziening niet langer geschikt is waarvoor deze is gegeven. Als de hulp niet speciaal voor één persoon bedoeld is, wordt er geen hulp gegeven, tenzij dit het specifieke doel is. Het college kan een voorziening weigeren als de cliënt de voorziening al heeft gekocht voordat de cliënt zich heeft gemeld of als het Sociaal Wijkteam nog geen onderzoek heeft kunnen verrichten. Het college kan wel een voorziening geven als deze direct nodig is of als het college binnen drie maanden na het kopen van de voorziening de noodzaak nog kan vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel