Als de gesubsidieerde activiteit of taak niet (volledig) uitgevoerd kan worden, wordt de gebiedsregisseur zo snel mogelijk ingelicht.
Subsidiegelden die vanwege een gegronde reden in het betreffende subsidiejaar niet worden ingezet, mogen uitsluitend in overleg met de gebiedsregisseur overgeheveld worden naar het daarop volgende subsidiejaar, mits er een duidelijke bestemming aan gegeven wordt. De inzet van deze gelden wordt opgenomen in het buurtplan en de begroting bij de subsidieaanvraag voor dat volgende subsidiejaar.
Bij de aanvraag van een subsidievaststelling dienen buurtorganisaties en buurtoverstijgende samenwerkingsverbanden een volledig inzicht te geven in het eigen vermogen en de reserves. De inhoudelijke- en financiële subsidieverantwoording dienen voor 1 maart van het volgende kalenderjaar ingediend te worden bij het college, zodat de subsidie definitief vastgesteld kan worden.
Als de buurtorganisatie en/of het buurtoverstijgende samenwerkingsverband geen nieuwe subsidieaanvraag doet, dan dient de inhoudelijke- en financiële subsidieverantwoording binnen 12 weken na beëindiging van het subsidiejaar bij het college te zijn ingediend.
Het college controleert jaarlijks de juistheid van de verstrekte gegevens door middel van een steekproef waarbij de subsidieverantwoording en de boekhouding van een aantal buurtorganisaties en buurtoverstijgende samenwerkingsverbanden worden beoordeeld.
Na het jaar waarin de subsidie is toegekend, wordt de uitvoering van het buurtplan beoordeeld met de gebiedsregisseur. We gebruiken hiervoor het formulier ‘Evaluatie buurtplan’ met een financieel overzicht. Dit formulier dient tevens als uw verantwoording voor de subsidie. Daarna kan de subsidie door het college definitief vastgesteld worden.
Artikel 10
- Subsidieverantwoording
Onderdeel van Gemeente Heerlen - Subsidieregel ‘Buurtorganisaties en Buurtoverstijgende Samenwerkingsverbanden 2024’