Naar hoofdinhoud
1.. Het schulddienstverleningstraject kan worden beëindigd als: verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4 van deze beleidsregels, verzoeker zijn beschikbare afloscapaciteit of vermogen niet volledig wil gebruiken voor de aflossing van schulden, op grond van onjuiste gegevens schulddienstverlening aan betrokkene is toegekend; verzoeker zich intimideren, dreigend of agressief gedraagt tegen de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren, de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke situatie van verzoeker, niet (langer) passend of noodzakelijk is, de inkomens-, woon- of leefsituatie van verzoeker dermate onzeker is dat schulddienstverlening (nog) niet mogelijk is, verzoeker daar om vraagt, verzoeker verhuist naar een andere gemeente, tenzij er sprake is van een lopende schuldbemiddeling of lopend saneringskrediet, het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond. 2.. Als de schulddienstverlening wordt beëindigd op grond van lid 1, sub leden a, b, c, d, f en/of h, kan het college de verzoeker een uitsluitingstermijn van één jaar opleggen.

Rechtspraak bij dit artikel