Het verzoek om kwijtschelding moet worden ingediend bij de ontvanger waaronder de belastingschuldige ressorteert op een daartoe ingesteld verzoekformulier.
Als de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient, maar dit niet doet op het daartoe bestemde formulier neemt de ontvanger het verzoek niet als zodanig in behandeling. De ontvanger stelt de belastingschuldige in dat geval in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen twee weken op het daartoe bestemde formulier in te dienen.
In afwachting hiervan wordt de invordering in beginsel opgeschort. Als de belastingschuldige het formulier niet terugzendt, wijst de ontvanger het verzoek af.
Een verzoek tot kwijtschelding moet zo spoedig mogelijk na aanslagoplegging worden ingediend. De invorderingsmaatregelen worden immers na verstrijken van de laatste vervaldag opgestart en belastingplichtige heeft dan een redelijke periode de tijd gehad om te reageren en zijn financiële positie in beeld te hebben.
Artikel 26.1.2.
Het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2024