Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Financiën

Onderdeel van Water- en Rioleringsprogramma Gouda 2024 t/m 2028

De rioolheffing is bedoeld voor het bekostigen van de uitgaven voor de gemeentelijke watertaken. In de volgende paragrafen wordt het verloop van de rioolheffing berekend op basis van de voorgestelde investeringen en jaarlijks terugkerende uitgaven uit het voorgaande hoofdstuk. Bij de bepaling van de rioolheffing hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: Alle bedragen zijn prijspeil 2024, voor de jaren na 2024 is geen indexatie voor inflatie toegepast; Het riooltarief is maximaal kostendekkend; Eerste aanleg van riolering wordt gedekt vanuit de grondexploitatie; Vervangingsinvesteringen worden gedekt vanuit de spaarvoorziening; De BTW over het belastbare deel van de exploitatie en over de investeringen wordt meegenomen in de berekening van het riooltarief; De gehanteerde rente op de voorziening is 0%; Startwaarde van de voorzieningen op 1-1-2024 is € 8,538 miljoen; (€ 5,584 miljoen spaarvoorziening en € 2,954 miljoen egalisatievoorziening); De rioolheffing in 2024 bedraagt € 530,09 (oorspronkelijk € 555,41 in 2024. Het verschil wordt gedekt vanuit de algemene middelen); Het aantal heffingseenheden in 2024 is 35.860, tot 2029 neemt dit aantal jaarlijks met 300 eenheden toe (Woonzorgvisie: 3600 van 2019-2029); De relatief hoge investeringen in de komende planperiode zorgen voor een tekort op de spaarvoorziening op korte termijn. Met bovenstaande uitgangspunten zou het er een tekort ontstaan op de spaarvoorziening oplopend tot 24 miljoen in 2029. Om dit tekort en tekorten op de langere termijn te voorkomen, wordt een mix van maatregelen ingezet: Inhaal-tariefstijging van 5% in 2025 om te komen tot een tarief van € 556,56; Projecten die eerst geactiveerd zouden worden, worden alsnog geactiveerd. Een aantal projecten (o.a. Kort Haarlem en Vogelbuurt) is later uitgevoerd dan gepland en wordt door deze vertraging direct afgeschreven, terwijl het de bedoeling was om deze projecten nog te activeren. De totale omvang hiervan is € 15,6 miljoen. Deze projecten worden lineair afgeschreven over 40 jaar met een rente van 1,9%. Een dotatie vanuit de algemene middelen tijdens de planperiode van totaal € 6,25 miljoen verdeeld over 3 jaar. Vanaf 2028 een maximering van de toegerekende BTW van € 1,5 miljoen jaarlijks. Dit is het bedrag dat naar de algemene middelen gaat vanuit het BTW-compensatiefonds. Met deze maatregelen blijft het saldo van de spaarvoorziening positief. Figuur 9 Saldo spaarvoorziening (einde jaar) In de planperiode 2024 t/m 2028 stijgt de rioolheffing in 2024 en in 2025 en blijft vervolgens stabiel. Tabel 7 Ontwikkeling rioolheffing in de planperiode (dient vanaf 2024 jaarlijks gecorrigeerd te worden voor de opgetreden inflatie). Jaar Tarief rioolheffing 19 Som van eigenaren- en gebruikersdeel 2024 € 530,09 2025 € 556,56 2026 € 556,56 2027 € 556,56 2028 € 556,56 Op de langere termijn nemen de kosten af door het verminderen van de kapitaallasten uit het verleden. Daarmee zal ook de rioolheffing dalen. Figuur 10 Verloop van de heffing of de lange termijn (exclusief inflatie) Figuur 11 Verloop lasten en inkomsten

Rechtspraak bij dit artikel