Naar hoofdinhoud
1.. Het college weigert de tegemoetkoming wanneer er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: opvangmogelijkheden bij de basisschool, familie of sociaal netwerk; de Wet kinderopvang; de Wet langdurige zorg; een persoonsgebonden budget op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; een medisch kinderdagverblijf; een bijdrage van de werkgever; een tegemoetkoming van UWV; een tegemoetkoming op grond van de Participatiewet; een peuterspeelzaal, wanneer het door de adviesinstantie aantal geadviseerde uren overeenkomt met de peuterspeelzaaluren met uitzondering van de mogelijkheid genoemd in artikel 4 lid 5 van dit besluit. 2.. In afwijking van het eerste lid, heeft een tegemoetkoming op grond van SMI voorrang wanneer uit een doelmatigheid- en doeltreffendheidafweging dit wenselijk of passender is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel