Naar hoofdinhoud
1.. Het inkomen van de ouder is niet hoger dan 150% van de toepasselijke bijstandsnorm. 2.. De noodzaak voor kinderopvang op basis van een SMI moet blijken uit een advies van een onafhankelijke adviesinstantie en/of het advies van de consulent van Carins. 3.. Bij het advies genoemd onder lid 1, wordt het plan van aanpak gevoegd. 4.. Is de noodzaak voor een tegemoetkoming voor kinderopvang op grond van SMI vastgesteld, dan heeft de ouder een inspanningsverplichting om mee te werken aan het uitvoeren van het plan van aanpak. 5.. Een tegemoetkoming is mogelijk wanneer de gezinssituatie voldoet aan één van de volgende criteria: Er is objectief vastgesteld dat kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is. Er is sprake van een tijdelijke overbelasting of gedeeltelijke onmacht van de ouder door een fysieke en/of psychische aandoening om zorg te verlenen aan het kind. 6.. Voor het verkrijgen van een tegemoetkoming moet de ouder voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden: de ouder maakt gebruik van een geregistreerde kinderopvanginstelling; de ouder en het kind wonen volgens de Basisregistratie personen in de gemeente Smallingerland en hebben ook feitelijk het hoofdverblijf in de gemeente Smallingerland; de ouder verblijft rechtmatig in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l van de Vreemdelingwet 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel