Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2011

De aanslagen die, met inachtneming van hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, moeten worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat, indien er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet minder dan zes maanden in het belastingjaar overblijven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven, met een minimum van één termijn. In gevallen bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking in zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 100,00 dan wel meer is dan € 2.500,00 dat de aanslagen moeten worden betaald een maand na dagtekening van het aanslagbiljet. Andere aanslagen met inachtneming van hoofdstuk 1 van de tarieventabel dan die genoemd in het eerste en tweede lid, moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de laatste termijn een maand later. De aanslagen die met inachtneming van hoofdstuk 2 en 3 van de tarieventabel worden opgelegd, moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving; danwel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel