Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1.

Omgevingswet

Onderdeel van Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2024

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet en de daarbij behorende Algemene Maatregelen van bestuur (AMvB’s) en Ministeriële regeling (MR) vervangen de voorheen bestaande Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor) en vele andere wetten die betrekking hadden op de fysieke leefomgeving. De regels in de AMvB’s zijn het meest concreet. Hierbij gaat het vooral om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Die vervangen in grote lijnen het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Bouwbesluit. Het Omgevingsbesluit (Ob) bevat vooral procedureregels. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt de inhoudelijke kaders voor overheidsorganen, waarbinnen zij hun taken en bevoegdheden op het terrein van de fysieke leefomgeving uitoefenen. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is decentralisatie. Het rijk wil meer bestuurlijke afwegingsruimte voor gemeenten en er worden rijksregels geschrapt. Gemeenten kunnen onder de Omgevingswet veel meer zelf gaan beslissen welke regels zij nodig vinden. In plaats van de voorheen bestaande bestemmingsplannen en verordeningen, geldt er nu één omgevingsplan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Dit omgevingsplan bestaat op dit moment uit de voorheen bestaande bestemmingsplannen, verordeningen en rijksregels (de ‘bruidsschat’). De komende jaren zal dit omgevingsplan gefaseerd worden gewijzigd om zo te komen tot een ‘echt’ omgevingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel