Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.7.

Methodiek LHSO

Onderdeel van Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel 2024

De LHSO zet in op een passende interventie bij iedere overtreding. Handhavers hanteren de strategie bij iedere constatering van een overtreding en maken daarbij gebruik van de daarin aangegeven instrumenten. Dit waarborgt een effectieve en doelmatige handhaving. Het draagt bij aan passend en eenduidig optreden. Het waarborgt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De LHSO biedt een stappenplan om te komen tot een passende interventie. Dit stappenplan is een hulpmiddel om de juiste afweging te maken en moet niet worden beschouwd als een rigide beslisboom. De LHSO is vooral een afwegingsinstrument voor uitvoerders. Aan de hand van het stappenplan, waartoe ook het hierna weer te geven interventiematrix behoort, kan worden gekomen tot afstemming en effectief handelen van handhavingspartners. Het stappenplan bestaat uit de volgende stappen: Stap 1: positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix; De toezichthouder bepaalt, in samenspraak met de jurist, in welk segment van de matrix de bevinding gepositioneerd wordt door 1) de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te beoordelen en 2) het gedrag van de overtreder te typeren. Stap 2: bepalen van de verzwarende aspecten die aanleiding kunnen geven voor een ingrijpender herstelsanctie of voor strafrechtelijk onderzoek of bestraffing; De toezichthouder bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die aanleiding geven voor een meer ingrijpende op herstel gerichte interventie of voor bestraffing. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. Indien er sprake is van verzwarende omstandigheden dan kan besloten worden om een cel in de matrix naar rechts en/of naar boven te verschuiven. Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel kennen ook verzachtende omstandigheden. Er kunnen zich situaties voordoen die milder optreden rechtvaardigen. De verzwarende en verzachtende omstandigheden worden weergegeven in paragraaf 5.4.9. Stap 3: optreden aan de hand van de (algemene of domeinspecifieke) interventiematrix; De toezichthouder kijkt naar de interventies in het segment van de toepasselijke interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. Vervolgens kiest de toezichthouder voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de toezichthouder motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De toezichthouder zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de bepaalde termijn uitblijft, wordt een zwaardere (combinatie van) interventie(s) ingezet. Stap 4: bepalen of afstemmingsoverleg nodig is; De toezichthouder bepaalt of overleg over de toepassing van bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende omstandigheden (stap 2). Als in de gekozen cel staat dat een BSBm of PV kan worden uitgevaardigd/opgemaakt, dan volgt overleg met de FUMO en/of politie voor de strafrechtelijke mogelijkheden. Het strafrechtelijk traject wordt dan door de FUMO of politie opgepakt. Stap 5: vastleggen stappen en beslissingen. De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden volgens de geldende procedures vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel