Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Aanleg gehandicaptenparkeerplaats

Onderdeel van Beleidsregel gehandicaptenparkeerplaats gemeente Delft 2024

1.. Aanwijzing van een gehandicaptenparkeerplaats vindt plaats door het nemen van een verkeersbesluit (artikel 18 Wegenverkeerswet 1994) binnen 8 weken na de ontvangst van de aanvraag. Wanneer dit besluit niet binnen de gestelde termijn kan worden genomen, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld en wordt de termijn maximaal één keer verlengd met 8 weken. 2.. De aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats gebeurt zoveel mogelijk volgens de richtlijnen van het ‘handboek Openbare Ruimte’ van de gemeente Delft, het RVV en BABW. 3.. Bij het bepalen van de precieze vormgeving en afmeting van een gehandicaptenparkeerplaatsen staat de bruikbaarheid voorop. De mogelijkheden zijn afhankelijk van de situatie ter plaatse, zoals de breedte van het trottoir en het type parkeerplaats (langs-, haaks-, of schuin parkeren). Als een bestaande openbare parkeerplaats wordt aangewezen als gehandicaptenparkeerplaats, dan wordt de maatvoering van deze parkeerplaats alleen aangepast als dat technisch en fysiek mogelijk is en voor de aanvrager noodzakelijk is. 4.. Het college kan beperkingen verbinden aan de tijdstippen waarop een gehandicaptenparkeerplaats gebruikt mag worden. Buiten deze tijden is de parkeerplaats door iedereen te gebruiken. Het tijdsvenster voor gebruik van een gehandicaptenparkeerplaats sluit zoveel mogelijk aan bij openingstijden van de instelling/voorziening/werkadres waarvoor de parkeerplaats wordt aangelegd. Voor de eenduidigheid wordt gekozen voor één tijdsvenster dat geldt op alle dagen waarop de gehandicaptenparkeerplaats wordt gereserveerd. 5.. Het college kan een maximale parkeerduur koppelen aan een gehandicaptenparkeerplaats, om de doorstroming van deze parkeerplaats te bevorderen. Het uitgangspunt is dat voor algemene gehandicaptenparkeerplaatsen een maximale parkeerduur van 3 uur geldt per parkeeractie, tenzij dit niet past bij de verblijfsduur van parkeerders bij een bestemming waarvoor de algemene gehandicaptenparkeerplaats wordt aangewezen. 6.. Een gehandicaptenparkeerplaats wordt minimaal gerealiseerd met het bord E6 in bijlage 1 van het RVV. Afhankelijk van de specifieke gehandicaptenparkeerplaats wordt aanvullend een onderbord geplaatst met: Een tijdsvenster, als alleen op bepaalde tijdstippen gebruik gemaakt van worden van de parkeerplaats; en/of Een maximale parkeerduur, wanneer hiervoor een beperking geldt voor de parkeerplaats; en/of Het kenteken van het voertuig waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangewezen. 7.. Wanneer bij een nieuwe aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken duidelijk is dat gebruik gemaakt kan worden van een bestaande gehandicaptenparkeerplaats die op dat moment niet in gebruik is, dan kan een ander (lager) legesbedrag in rekening worden gebracht. 8.. Een aanvraag voor het aanwijzen/aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken kan betrekking hebben op een openbaar toegankelijk privéterrein. In dat geval geldt het volgende: Ook voor het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op een openbaar toegankelijk privéterrein, moet het college een verkeersbesluit nemen. Het verzoek tot het nemen van een verkeersbesluit wordt alleen met instemming van de eigenaar van de grond in behandeling genomen. De kosten voor het nemen van het verkeersbesluit zijn voor rekening van de aanvrager. Op verzoek van de eigenaar van de grond waarop de gehandicaptenparkeerplaats wordt voorzien kan het college de aanvraag beoordelen conform deze beleidsregels. De kosten hiervan zijn voor rekening van de aanvrager. De fysieke aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats - inclusief bebording en markering - op privéterrein is de verantwoordelijkheid van de aanvrager.

Rechtspraak bij dit artikel