Ten aanzien van de rechten als bedoeld in artikel 3 en 4 van deze verordening wordt bij tussentijdse beëindiging van het gebruik van de algemene begraafplaats, op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende, ontheffing verleend over zoveel twintigste gedeelten van het verschuldigde recht als na het tijdstip van beëindiging nog volle jaren overblijven, met dien verstande dat de ontheffing maximaal 50% van het verschuldigde recht bedraagt.
Wordt met de in artikel 10 van deze verordening bedoelde diensten in de loop van het belastingjaar begonnen, dan wordt de heffing, als bedoeld in artikel 10 geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de aanvang van de werkzaamheden nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven.
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de algemene begraafplaatsen 2012