Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2

Artikel 34.

Aanvullende criteria maatwerkvoorzieningen, vervoersdiensten en vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2024

1.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor een vervoersdienst of vervoersvoorziening als er als gevolg van lichamelijke beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen belemmeringen worden ondervonden bij het (lokaal) verplaatsen met het reguliere openbaar vervoer of eigen vervoer. 2.. In afwijking van het eerste lid komen cliënten, die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, op basis van hun leeftijd in aanmerking voor een CVV indicatie. 3.. In aanvulling op het eerste lid verstrekt het college alleen een vervoersdienst of vervoersvoorziening als: de beperkingen langdurig (minimaal 6 maanden) van aard zijn; de cliënt de voorziening nodig heeft in verband met specifieke verplaatsingsbehoefte, die niet anderszins kan worden opgelost; de cliënt in staat wordt geacht om – na instructie – op veilige wijze gebruik kan maken van de voorziening; de cliënt in het geval van een open gehandicaptenvoertuig beschikt over een geschikte en overdekte stallingsruimte, die voor voorzieningen met een accu is voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt, of gecreëerd kan worden. 4.. Het college legt het primaat bij het gebruik van het CVV, als het CVV de cliënt naar het oordeel van het college in voldoende mate in staat stelt tot participatie en zelfredzaamheid. 5.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor een combinatie van de vervoersvoorzieningen als dit voor zijn participatie of zelfredzaamheid voor zowel de korte als de lange afstand noodzakelijk is. 6.. De indicatie voor het CVV vervalt na twee jaar, wanneer de vervoersdienst in die periode niet door de cliënt is gebruikt. Dit zal middels een beschikking aan de cliënt kenbaar worden gemaakt. 7.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor vervoer wanneer het college in aanvulling op het eerste lid van oordeel is dat de cliënt door zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden niet in staat is gebruik te maken van het CVV.

Rechtspraak bij dit artikel