**1..** Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als:
voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 53, eerste lid en de leerling onder de 9 jaar is;
voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 53, eerste lid, de leerling tussen 9 en 12 jaar is en clusteronderwijs bezoekt;
aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 61 en 62 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar een basisschool of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is;
aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 61 en 62 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar een speciale school voor basisonderwijs of terug, meer dan een uur onderweg;
het een school voor voortgezet speciaal onderwijs cluster 1, 2 of 3 betreft en de leerling door een handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken;
aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 62, de leerling een school voor regulier voortgezet onderwijs of speciaal voortgezet onderwijs cluster 4 bezoekt en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan drie kwartier onderweg is;
aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 61 en 62 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 62 en door de ouders genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken.
**2..** In afwijking van het bepaalde in artikel 51, zevende lid kan in het geval van een toekenning aangepast vervoer een vervoersvoorziening verstrekt worden voor vervoer naar één ander adres dan de woning van de leerling indien:
dit een adres betreft waar kinderopvang wordt geboden, omdat beide ouders werken;
het adres van de opvanglocatie binnen een straal van 500 meter van de school van de leerling ligt of in de dorpskern waar de leerling woont, ligt, en
er sprake is van een vast patroon, dat wil zeggen één vast opvangadres op vaste dag(en) per week, dat bij de aanvraag is opgegeven.
dit geen hulpverlening in het kader van de Jeugdwet betreft.
Hoofdstuk 5: › Paragraaf 5.4
Artikel 63.
Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
Onderdeel van Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2024