**1..** Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
**2..** Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige of ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of ouder(s) niet (meer) voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of
de jeugdige of ouder(s) de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
**3..** Het college kan het besluit intrekken als de jeugdige of ouder(s) zich niet binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder of het pgb niet binnen drie maanden hebben besteed aan het resultaat waarvoor het is verstrekt.
**4..** Als het college een besluit op grond van het tweede lid onderdeel a heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb.
**5..** De wijze waarop wordt de teruggevorderd, kan verrekening zijn. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de jeugdhulpplicht van het college.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1
Herziening, intrekking en terugvordering
Onderdeel van Rectificatie publicatie Verordening jeugdhulp Eemnes 2024