Het college verleent aan de houder een subsidie voor het werkelijk aantal afgenomen kindplaatsen voor:
een peuterplaats: voorschoolse opvang voor peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Het college stelt daarbij de volgende voorwaarden:
per bezette kindplaats wordt bekostigd maximaal 8 uur per week verdeeld over 2 dagen, maal 40 weken;
voor deze uren geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage van de ouders volgens VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.
een peuterplaats VE: voor voorschoolse educatie voor VE peuters voor maximaal 960 uur over een periode van 1,5 jaar. In de praktijk vertaalt zich dit naar 16 uur gedurende 40 weken op jaarbasis, vaak verdeeld over 4 dagdelen van 4 uur. Het college stelt daarbij de volgende voorwaarden:
ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag vragen kinderopvangtoeslag aan;
voor de eerste 8 uur per week geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage van de ouders volgens VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang;
de inkomensafhankelijke bijdrage voor de volgende 8 uur wordt betaald door het college.
een gewenning peuterplaats VE: voor voorschoolse educatie voor VE-gewenningspeuters voor een maximale periode van een half jaar. Het aantal in te zetten uren is nooit meer dan 16 uur per week. Wat nodig is voor het betreffende kind wordt op basis van maatwerk bepaald door het consultatiebureau. Het college stelt daarbij de volgende voorwaarden:
ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag vragen kinderopvangtoeslag aan;
voor de eerste 8 uur per week geldt een inkomensafhankelijke ouderbijdrage van de ouders volgens VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang;
de inkomensafhankelijke bijdrage voor de volgende 8 uur wordt betaald door het college.
Een SMI-plaats: een subsidie voor gezinnen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, die tijdelijk niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen te dragen vanwege sociale en/of medische problematiek. Waardoor kinderopvang voor de kinderen noodzakelijk is. Het college biedt deze gezinnen een vergoeding via de kinderopvanglocaties voor het gebruik van kinderopvang. En stelt daarbij de volgende voorwaarden:
de noodzakelijke aantal uren en de bijbehorende kosten van de kinderopvang waarvoor subsidie verleend wordt, wordt door het college bepaald nadat de ouder(s) zijn gehoord en met ouder(s) is afgestemd op de acties die worden ondernomen om de opvoed – en opgroeisituaties van het kind structureel te verbeteren;
voor kinderdagverblijven is deze maximaal 6 dagdelen per week met daarbinnen een maximum van 11 uur op een dag, voor buitenschoolse opvang (BSO) geldt een maximum van 3 dagen per week;
voor de eerste 8 uur per week geldt een inkomensafhankelijke bijdrage volgens de VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang;
de subsidie wordt verleend voor een periode van maximaal 6 maanden, met optie tot éénmalige verlenging van maximaal 3 maanden;
voordat het college beslist op de aanvraag voor SMI wordt eerst beoordeeld in hoeverre het eigen netwerk en de eigen omgeving van de aanvrager of voorliggende voorzieningen (art. 9.lid 5), kunnen bijdragen aan de opvang van het kind;
binnen de toegekende periode vindt door het college een tussentijdse evaluatie plaats;
subsidie voor de kinderopvang wordt verstrekt voor zover kinderopvang plaatsvindt bij in een landelijke register kinderopvang (LRK) opgenomen voorziening in Oirschot;
een eenmalige ambtshalve verlenging met maximaal 3 maanden is alleen mogelijk wanneer de noodzaak daartoe door het college is vastgesteld;
de ouder die voor alle of voor een gedeelte van het noodzakelijke aantal uren kinderopvang geen recht heeft op kinderopvangtoeslag is ouderbijdrage verschuldigd;
De ouderbijdrage is inkomensafhankelijk en wordt bepaald volgens de VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang;
voor de kosten van kinderopvang wordt het door het Rijk jaarlijkse vastgestelde fiscaal maximumtarief gehanteerd. Kosten die boven het fiscaal maximumuurtarief komen, worden door de ouders zelf betaald;
de hoogte van de tegemoetkoming bedraagt een vergoeding tot maximaal het fiscale uurtarief minus de inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
Artikel 7
Subsidiabele activiteiten
Onderdeel van Nadere regels subsidie voorschoolse voorzieningen en SMI gemeente Oirschot 2024