Voor de toepassing van de tarieven van het opslaggeld wordt verstaan onder:
a) dag: Een tijdvak van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur.
b) week: Een tijdvak van 7 achtereenvolgende dagen.
c) maand: Een tijdvak, dat aanvangt op een datum van een
kalendermaand en eindigt op de dag voorafgaande aan
diezelfde datum, van de volgende kalendermaand.
jaar: Een tijdvak van 12 achtereenvolgende maanden.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt:
Een gedeelte van een dag aangemerkt als een gehele dag.
Een gedeelte van een week aangemerkt als een gehele week.
Een gedeelte van een maand aangemerkt als een gehele maand.
Een gedeelte van een jaar aangemerkt als een geheel jaar.
HOOFDSTUK II
Artikel 10
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en opslaggeld 2012