Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6

Artikel 3.6.5

Bijzondere regels bij persoonlijke voorzieningen bij werk of scholing

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024

1.. Werkplekaanpassingen: aanpassingen van de werkplek die aan de betreffende werkplek zijn gebonden. Het gaat om op de persoon en de op de specifieke werkplek afgestemde aanpassingen zoals bijvoorbeeld een aangepast toilet, een traplift of een aangepaste werkplek. 2.. Als de werkgever een vergoeding aanvraagt, beoordeelt de gemeente of de voorziening echt nodig is. Hiervoor kunnen wij een deskundigenoordeel vragen bij een onafhankelijk arts of een arbeidsdeskundige. De gemeente gaan altijd uit van de goedkoopste adequate aanpassing. Ook bekijken we in hoeverre de aanpassing 'algemeen gebruikelijk' is, zoals internet of een aangepast toilet. De kosten voor een algemeen gebruikelijke aanpassing worden niet vergoed. 3.. Bij aanpassingen in het pand, bijvoorbeeld een lift, stijgt de waarde van het bedrijfspand. De gemeente voert dan een bedrijfseconomische toets uit. Dit kan vermindering van de vergoeding betekenen. 4.. Een voorziening kan ‘in natura’ beschikbaar worden gesteld (als product of dienst) of in de vorm van een geldbedrag. Gaat het om een product, dan wordt per geval beoordeeld of het in bruikleen of in eigendom aan de inwoner wordt gegeven. Uitgangspunt is in bruikleen, als dit zinvol is. 5.. Voor persoonlijke voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 3.6.2 tot en met 3.6.5 zijn enkele spelregels vastgesteld: De voorziening is noodzakelijk. Er is geen andere mogelijkheid beschikbaar. Er is een arbeidscontract van minimaal 6 maanden van tenminste 24 uur per week of er is zicht op zo’n arbeidscontract (bijvoorbeeld tijdens de proefplaatsing). De kosten moeten in verhouding staan tot de opbrengsten (uitstroom). De voorziening wordt toegekend volgens het principe: niet meer, niet duurder en niet langer dan noodzakelijk. De maximale hoogte is opgenomen in het financieel besluit.

Rechtspraak bij dit artikel