De gemeente kan de bijstandsnorm lager afstellen als er sprake is van het ontbreken van woonkosten.
In afwijking van artikel 27 Participatiewet wordt de gestelde rekennorm verlaagd:
met 20% als de inwoner lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, doordat hij niet kan aantonen woonlasten verschuldigd te zijn voor de woning die men bewoont.
In afwijking van het eerste lid wordt de rekennorm voor belanghebbende verlaagd als er sprake is van lage woonlasten. Dit zoals is opgenomen in het financieel besluit.
In afwijking van het eerste lid wordt de rekennorm voor belanghebbende niet naar beneden bijgesteld als aan dit verblijf aantoonbaar kosten zijn verbonden van minimaal de commerciële huur- of kostgangersbedragen.
Onder woonkosten wordt verstaan:
bij een huurwoning: de maandelijks verschuldigde huur, inclusief de servicekosten die op grond van de Wet op de huurtoeslag voor huurtoeslag in aanmerking komen;
bij een eigen woning: de maandelijks verschuldigde hypotheekrente, verhoogd met de aan het eigendom verbonden zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
bij kamerhuur: de maandelijks verschuldigde huur exclusief de bijdrage voor gas, water en elektra;
bij anti-kraakbewoning of tijdelijke huur ingeval van leegstand: de maandelijks verschuldigde vergoeding voor bruikleen of tijdelijke huur, exclusief de bijkomende kosten.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.3
Ontbreken van woonlasten
Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024