Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.5

Artikel 7.5.3

Hoe tellen het inkomen en vermogen mee?

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024

Samen met de inwoner onderzoekt de medewerker de financiële situatie. De medewerker beoordeelt of de inwoner de kosten zelf kan betalen. Als dat zo is, dan is het niet nodig om bijzondere bijstand te geven. De regels over inkomen die voor algemene bijstand gelden, gelden in principe ook voor de regelingen. Wat de Participatiewet aan inkomsten heeft vrijgelaten, telt voor de regelingen niet mee als inkomen. Als het inkomen lager is dan 110% van de bijstandsnorm die voor de inwoner geldt, is er een draagkracht van 35% voor bijzondere kosten. Hierop zijn een paar uitzonderingen; Bij bijstand voor de dagelijkse kosten, zoals woonkostentoeslag en aanvullende bijstand voor 18- tot 21 -jarigen, geldt dat de inwoner bij een inkomen hoger dan 100% van de bijstandsnorm het meerdere inkomen aan de kosten bijdraagt. Bij bijstand voor de kosten die helpen om zelf in een inkomen te kunnen voorzien of die ervoor zorgen dat ouderen en gehandicapten zelfstandig kunnen blijven functioneren, wordt met een draagkrachtpercentage van 10% gerekend. Het gaat hierbij om de volgende kosten: personenalarmering maaltijdvoorziening eigen bijdrage(n) op grond van de Wmo premie aanvullende ziektekostenverzekering eigen risico ziektekostenverzekering kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie Alleen bij toepassing van de paragrafen 7.7, 7.10.1 tot en met 7.10.5 wordt rekening gehouden met de kostendelersnorm. Bij deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering geldt een draagkrachtpercentage van 130%. Bij schuldensituaties kan een overzicht van de inkomsten en uitgaven worden opgevraagd om te beoordelen of er ruimte is in het budget om bepaalde kosten te betalen.

Rechtspraak bij dit artikel