Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.6

Artikel 7.6.1

Bijzondere bepalingen

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024

1.. Er is sprake van draagkracht uit vermogen als de inwoner een vermogen heeft dat hoger is dan het vermogen genoemd in artikel 34 van de Participatiewet. 2.. Als er sprake is van een eigen woning telt de overwaarde niet mee als: de gevraagde bijstand lager is dan één keer de bijstandsnorm de kosten verband houden met kosten om zelf in het inkomen te kunnen voorzien de kosten ervoor zorgen dat ouderen of gehandicapten langer voor zichzelf kunnen zorgen. Het gaat hierbij om de kosten voor personenalarmering, maaltijdvoorziening, eigen bijdrage Wmo, premie aanvullende ziektekostenverzekering en kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie. 3.. De waarde van de auto telt mee voor zover deze meer bedraagt dan de waarde genoemd in het financieel besluit. De waarde van de auto wordt vastgesteld op basis van de prijzengids van www.autotrack.nl. 4.. De waarde van de auto telt niet mee als: de auto gelet op de omstandigheden van persoon en gezin noodzakelijk is. de auto ouder is dan acht jaar het geen exclusieve auto is er maximaal één auto per huishouden is. 5.. Het saldo van de lopende rekening telt niet mee voor zover dit minder bedraagt dan de hoogte van de bijstandsnorm. 6.. Er geldt een extra vermogensvrijlating als er sprake is van een reservering voor uitvaartkosten. Deze vrijlating kan alleen worden toegepast als het gereserveerde bedrag alleen beschikbaar komt bij overlijden. Contant geld, een banktegoed, een spaardeposito of spaargeld voor dit doel telt wel mee. 7.. Als er sprake is van een schuldenregeling wordt de draagkracht bepaald aan de hand van het besteedbare inkomen. Dit voor zolang er sprake is van een wettelijk schuldtraject. Als een inwoner in een minnelijk schuldtraject zit is wordt er maximaal drie jaar rekening gehouden met het besteedbare inkomen. 8.. De individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag gelden niet als middel voor de bijzondere bijstand. 9.. De bijzondere bijstand en reductieregeling worden uitbetaald na het inleveren van de betaalbewijzen. De inwoner kan vragen om de betaling rechtstreeks aan de leverancier te doen.

Rechtspraak bij dit artikel