**1..** Aflossing van de geldlening begint op het moment van beëindiging van de bijstandsuitkering en vindt maandelijks plaats. Er wordt voor een periode van maximaal tien jaar op de lening afgelost.
**2..** Wanneer na de periode als bedoeld in lid zes het geleende bedrag niet volledig is terugbetaald, blijft de vordering openstaan en wordt het restant van de lening direct in een keer afgelost bij de verkoop of vererving van de woning.
**3..** De hoogte van de aflossing wordt jaarlijks vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met het inkomen en met noodzakelijke bijzondere bestaanskosten.
**4..** Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven stelt de gemeente, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast.
**5..** Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van de inwoner komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen.
**6..** Als de inwoner tijdens de aflossingsperiode van tien jaar zijn aflossingsverplichtingen niet nakomt, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover ook de wettelijke rente verschuldigd.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.1
Artikel 8.1.4
Aflossing
Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024