In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Arbeidsmigrant: onderdaan van een andere staat die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijk werkzaamheden te verrichten;
Erf: al dan niet uitgebreid oorspronkelijk bouwperceel omsloten door een erfsingel en een sloot in het landelijk gebied, de oorspronkelijke arbeiderswoningen daaronder niet begrepen;
Huisvesting: het bedrijfsmatig aanbieden van logies aan arbeidsmigranten;
Huisvestingslocatie: terrein ingericht voor de huisvesting;
Logies: een gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen;
Landelijk gebied: het binnendijkse grondgebied van Noordoostpolder dat niet onder de bebouwde kom valt;
Solitair erf: een erf dat op 100 meter of meer van enig ander erf ligt in het landelijk gebied.
Glastuinbouwgebied: het in het Omgevingsplan als glastuinbouwgebied aangemerkte gebied.
Huishouden: één persoon of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
Gebouw: bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Waarbij een bouwwerk een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal is, die op plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Artikel 2
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten landelijk gebied Noordoostpolder