Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Huisvesting voor eigen personeel

Onderdeel van Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten landelijk gebied Noordoostpolder

1.. Specifiek voor categorie 1 en voor de uitzondering in het glastuinbouwgebied voor categorie 2, moet een aanvrager met een bedrijfsplan aannemelijk maken dat de huisvesting nodig is voor het bedrijf dat gevestigd is op die huisvestingslocatie; 2.. In het bedrijfsplan wordt minimaal aangetoond: hoeveel arbeidsmigranten nodig zijn voor de bedrijfsvoering gedurende een jaar, waarbij ook wordt ingegaan op de voorziene toekomstige ontwikkeling van het bedrijf; hoe het aantal voor de bedrijfsvoering benodigde arbeidsmigranten zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke cijfers. In geval van een agrarisch bedrijf dient dit gespecificeerd te worden naar teelt en uitgedrukt in arbeidsjaareenheden (aje); hoe de organisatie van de huisvesting eruitziet. Bijvoorbeeld de contractsituatie voor de arbeidsmigranten ten aanzien van arbeids- en huurcontracten, en of er een samenwerking met een gespecialiseerd en gecertificeerd uitzendbureau wordt aangegaan; hoe de bezetting van de huisvesting buiten een eventuele seizoenpiek in de bedrijfsvoering wordt ingevuld. 3.. Meer huisvesting dan noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van het bedrijf is niet toegestaan, waarbij werknemers die geen arbeidsmigrant zijn niet meetellen voor de noodzakelijke omvang van de huisvesting. 4.. Het is toegestaan om buiten een eventuele seizoenpiek in de bedrijfsvoering tijdelijk huisvesting te bieden aan arbeidsmigranten van andere ondernemers, maar tenminste 60% van de arbeidsmigranten moet bij het eigen bedrijf werkzaam zijn. De overige 40% moet vooral in het in de directe omgeving werken.

Rechtspraak bij dit artikel