Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.

Artikel 25.

Stemming; procedure hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal

1.. Na het sluiten van de beraadslaging wordt het voorstel in stemming gebracht. Over een voorstel dat in stemming wordt gebracht kan elektronisch worden gestemd. 2.. De voorzitter kan de raadsleden vragen of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 3.. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen in de vergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de wet zich van stemming te hebben onthouden. 4.. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5.. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen lid en verloopt verder door de oproeping op alfabetische volgorde. 6.. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 van de wet moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 7.. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, onder vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel