Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.

Artikel 27.

Stemming over personen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal

1.. Bij stemming over personen voor benoemingen of (het opstellen van) voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2.. Aanwezige raadsleden die zich niet op grond van artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een stembriefje in te leveren. 3.. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, bedoeld in artikel 30 van de wet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk stembriefje wordt verstaan: een blanco stembriefje; een ondertekend stembriefje of een stembriefje waaruit te herleiden is wie het heeft ingevuld; een stembriefje waarop meer dan één naam vermeld is, tenzij bepaalde stemmingen zijn samengevat op één briefje; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een ander persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 7.. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na de vaststelling van de uitslag vernietigd.

Rechtspraak bij dit artikel