Naar hoofdinhoud
1.. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie, bedoeld in artikel 5 eerste lid, de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de te benoemen wethouders. 2.. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 3.. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4.. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel