Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:
een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven gereserveerde belanghebbendenplaats die is gelegen binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift ‘zone’, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd op de in die vergunning aangegeven wijze.
een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op een parkeerapparatuurplaats binnen een op de vergunning aangewezen gebied zonder dat hiervoor de belasting verschuldigd is als omschreven in onderdeel a van dit artikel.
een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven belanghebbendenplaats die is gelegen binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift ‘zone’, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd op de in die vergunning aangegeven wijze.
Een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op een parkeerapparatuurplaats binnen het gebied betaald parkeren.
Gereserveerde belangenhebbendenplaats: een parkeerplaats die is gereserveerd door middel van een bord dan wel een fysieke maatregel (beugel) en:
is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
Artikel 2
Belastbaar feit
Onderdeel van de verordening op de heffing en de invordering van een parkeerbelasting 2012