De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart.
De vrijstelling is uitsluitend van toepassing als de gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in het eerste lid met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare plaats direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst.
De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a , voor het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats wordt niet geheven van een gebruiker van een elektrisch (hybride) motorvoertuig wat aangesloten is op één van de electrische oplaadpalen in heerenveen die aangeduid zijn met het bord E4 volgens RVV 1990 met onderbord ‘alleen voor electrische auto’s ’.
Artikel 4
Vrijstelling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2014