In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van een voorwerp of voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden loopt ter zake van het hebben van leidingen, kabels en buizen per strekkende meter per maand, het belastingtijdvak van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013.
Artikel 7
Belastingtijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2013