Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Ontstaan van de belastingschuld, heffing naar tijdsgelang en overschrijving

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014

In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. In de gevallen als bedoeld in artikel 7, derde lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat er aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien een woonschip of woonark wordt vervangen door een ander woonschip of woonark, wordt het voor het vervangende woonschip of woonark over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijnen betaalde belasting verrekend met de verschuldigde belasting over die maanden van het vervangende woonschip of woonark.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel