Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Opgavegerichte en risicogestuurde prioritering

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 ODNZKG

Om te bepalen hoe werkzaamheden in de uitvoering worden geprioriteerd, is samen met de andere Noord-Hollandse omgevingsdiensten dezelfde prioriteringsmethodiek ontwikkeld en gebruikt. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de omvang van het risico van milieubelastende activiteiten, maar ook naar de mate van impact van die activiteiten op de (boven-) regionale beleidsopgaven. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten passen vijf stappen toe om tot prioritering van hun werkzaamheden te komen: Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Stap 4: Bepaling van bestuurlijke prioriteit: bepalen van focus Stap 5: Inzet VTH(A)-instrumentarium Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Vertrekpunt zijn de drie oogmerken uit artikel 1.3 Omgevingswet. Deze moeten als uitgangspunt worden genomen bij de uitvoering van alle taken en bevoegdheden uit deze wet (zie ook artikel 2.1 lid 1 Omgevingswet): Duurzame ontwikkeling, Bewoonbaarheid van het land Bescherming en verbetering van het leefmilieu Met het oog op de behartiging van deze drie fundamentele belangen geeft artikel 1.3 een opgave aan ieder bestuursorgaan, namelijk het in onderlinge samenhang betrachten van beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. Dat moet gebeuren met inachtneming van in ieder geval: ‘veiligheid’, ‘gezondheid’, ‘omgevingskwaliteit’, ook vanwege ‘de intrinsieke waarde van de natuur’, en ‘vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze elementen moeten steeds in onderlinge samenhang worden bezien om de genoemde oogmerken te behalen. Om specifieker te definiëren hoe de beleidsopgaven in het werkgebied van de omgevingsdienst zich verhouden tot de werkzaamheden van de Omgevingsdienst, richt de OD NZKG de blik op de eigen bevoegdheden. De OD NZKG bepaalt per beleidsopgave welke (combinatie van) VTH(A)-instrumenten hiervoor het meest aangewezen zijn. Sommige beleidsopgaven vragen om primaire inzet op toezicht en handhaving, waar een andere beleidsopgave primair vragen om inzet op regulering of adviesverlening. Zo zijn bijvoorbeeld de natuurtaken en bevoegdheden belegd bij de OD NHN (gericht op natuur verstorende activiteiten betrekking hebben op de impact op de natuur en biodiversiteit) en richt de OD NZKG zich primair op haar eigen taken op het gebied van milieu, bodem en bouw, zoals de milieubelastende activiteiten (milieubelastende activiteiten hebben betrekking op de impact op het milieu en de volksgezondheid). Bovenstaand kader dient ook als kader voor de gesprekken met de deelnemers over nieuwe of aanvullende focus en/of afspraken. Opgavegerichte focus: Duurzaamheid, veiligheid en gezondheid Het belangrijkste doel is het behouden en verbeteren van een gezonde en veilige leefomgeving. De belangrijkste taak is het bevorderen van spontane naleving van de duurzaamheids-, veiligheids- en milieugerelateerde gezondheidsmaatregelen bij bedrijven waardoor de gewenste kwaliteit van de leefomgeving ook verbeterd wordt voor de inwoners. De OD NZKG zorgt ervoor dat activiteiten en ontwikkelingen in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving op het gebied van milieu, bodem en bouw. De OD NZKG kiest er ook voor om - naast veiligheid- de thema’s duurzaamheid en gezondheid prominent terug te laten komen in samenhang met de andere doelen van de Omgevingswet, ook omdat dit veelvuldig terugkomt in beleid van de deelnemers en eerdere afspraken over de inzet van de OD NZKG. Bijdragen aan maatschappelijke opgaven De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) draagt bij aan maatschappelijke doelen door haar kennis en expertise in te zetten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hoewel de OD NZKG niet direct verantwoordelijk is voor deze doelen, draagt ze bij aan de verwezenlijking ervan, zoals bepaald in artikel 1.3b van de Omgevingswet. De OD NZKG richt zich vooral op de klimaatopgave en de transformatie van woon-werkgebieden, omdat ze gelooft dat ze door gerichte inzet aanzienlijk kan bijdragen aan het behalen van deze maatschappelijke doelen. De klimaatopgave omvat het aanpakken van problemen die voortvloeien uit klimaatverandering, zoals de opwarming van de aarde. Dit vereist maat- regelen om de oorzaken van klimaatverandering aan te pakken, zoals het verminderen van broeikasgasemissies en het bevorderen van duurzame praktijken. Het aanpakken van de maatschappelijke opgaven rond circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie draagt allemaal bij aan het bestrijden van klimaatverandering (zie figuur 4). Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Op basis van de analyse van de beleidsopgaven in het werkgebied van de OD NZKG en de analyses van bedrijven volgens een gezamenlijk ontwikkelde methodiek met de andere Noord-Hollandse omgevings- diensten, zijn er focusopgaven en -punten geformuleerd voor de komende jaren. Deze focus is in lijn met de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Tabel 1 presenteert de focuspunten in samenhang met de focusopgaven. De laatste drie kolommen beschrijven de focuspunten in relatie tot de drie hoofdprocessen: regulering, naleving en advisering. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze prioriteiten kunnen veranderen in de loop der tijd. Deze tabel fungeert als leidraad voor de uitvoering. De inhoudelijke focuspunten kunnen worden aangepast of aangevuld, en de uitvoering kan variëren per gebied en/of regio. Afspraken hierover worden gemaakt met de betrokken partijen als onderdeel van het meerjarenprogramma. De Uitvoering & Handhaving-strategie beschrijft de prioriteiten en focus voor de komende jaren, terwijl het meerjarenprogramma op basis van deze strategie de bestuurlijke speerpunten bepaalt en vaststelt. De bijgevoegde tabel is dus het kader waarbinnen de OD NZKG verdere uitvoeringsafspraken maakt met de deelnemende overheidsinstanties. Voor taken met betrekking tot bodem en bouw die specifiek verbonden zijn aan bedrijven maken deze onderwerpen reeds integraal deel uit van de bedrijfsspecifieke focuspunten. Voor niet-bedrijfsspecifieke activiteiten hebben we een vergelijkbare benadering gevolgd. Bij de inbreng van nieuwe taken in de komende jaren worden deze op een vergelijkbare wijze beoordeeld en in samenhang met andere taken bekeken. De niet- bedrijfsspecifieke activiteiten met betrekking tot bodem en bouw zijn nog niet op dezelfde manier uitgewerkt als de bedrijfsspecifieke taken (milieu, bodem en bouw). Dit is nog in ontwikkeling. Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact. In bijlage 5 wordt de achterliggende methodiek beschreven, bestaande uit twee stappen: Risicoanalyse: Binnen de verschillende thema’s wordt beoordeeld welk risico eraan verbonden is. Het risico wordt gedefinieerd als: risico = kans x effect. De kans houdt in dit verband in: de waarschijnlijkheid dat een overtreding plaatsvindt, rekening houdend met het eerdere naleef- gedrag en/of de inschatting van de toezichthouder. Deze analyse wordt jaarlijks door de OD NZKG uitgevoerd en vormt een leidraad voor prioritering. Impactanalyse: Vervolgens wordt de impact van elk beleidsthema gekoppeld aan deze risico’s. De focus op de thema’s waarop de OD zich richt, wordt inhoudelijk en kaderstellend en voor meerdere jaren vastgesteld in deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie. Dit leidt tot een initiële prioritering van doelgroepen waarop de inzet moet worden gericht om te zorgen voor de uitvoering van het beleid. Op termijn kan deze prioritering, wanneer het locatiebestand voldoende inzicht biedt in de activiteiten, worden verschoven van doelgroepenniveau naar activiteitenniveau. Deze stappen zijn toegepast op de bedrijfsspecifieke taken (basistaken) met een risicogestuurde en opgavegerichte prioritering binnen het bedrijvenbestand dat aan de OD NZKG is toegewezen en is onderverdeeld in branches (specifieke bedrijfstakken, die als basis dienen voor de specifieke VTH&A-inzet en beschreven zijn in deel 3). Voor de niet- bedrijfsspecifieke taken (basis- en ingebrachte extra taken op het gebied van bodem en bouw) is gebruik gemaakt van methodieken die specifiek gericht zijn op deze taken, zoals beschreven in bijlage 6. Stap 4 (bepalen bestuurlijke prioriteit) maakt geen onderdeel uit van deze concept-U&H-strategie. Deze strategie neemt natuurlijk wel het bestuurlijk vastgestelde beleid als vertrekpunt. Deze strategie is kaderstellend en gericht op een uniforme regionale aanpak. Met de verschillende deelnemers worden afspraken gemaakt over de concrete uitvoering. Gericht op de maximale impact stuurt de OD NZKG op een zoveel uniform mogelijke regionale aanpak, waarbinnen uiteraard maatwerkafspraken mogelijk zijn per deelnemer, en daarmee ook voor het bepalen van (lokale/regionale) bestuurlijke prioriteit. Stap 5 (Inzet VTH(A)-instrumentarium) maakt op hoofdlijnen onderdeel uit van de U&H-strategie en wordt beschreven in deel 3, maar zal worden geconcretiseerd in de komende jaren binnen de programmatische afspraken met de verschillende deelnemers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel