Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Wettelijk kader

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 ODNZKG

Omgevingswet, artikel 2.1, eerste lid, verduidelijkt hoe de taakuitvoering, ter behaling van de doelen van de Omgevingswet dient plaats te vinden. Het artikel verwoordt dit als volgt: ‘Een bestuursorgaan van een gemeente, een provincie of het Rijk of, met inachtneming van de Waterschapswet, van een waterschap oefent zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld.’ Dit houdt voor omgevingsdiensten in dat de maatschappelijke opgave, zoals verwoord in het artikel 1.3 van de Omgevingswet, altijd het uitgangspunt is bij de inzet van hun VTH(A)-instrumentarium, tenzij geldende wet- en regelgeving, op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, een voorgegeven handelswijze voorschrijft. Omgevingswet, artikel 2.1, tweede lid vult bij het eerste lid aan: ‘Het bestuursorgaan houdt daarbij rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen.’ Wederom wordt hiermee benadrukt dat de Omgevingswet het afwegen en het zoeken van ‘samenhang’ centraal stelt. Wat wordt in samenhang benaderd? ‘Relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving’ en ‘rechtstreeks daarbij betrokken belangen’. Ten aanzien van ‘relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving’ spreekt de Omgevingswet op verschillende plaatsen zowel van: ‘Kwaliteiten’ van de leefomgeving ‘Functies’ van de leefomgeving, die evenwichtig moeten worden toebedeeld ‘Projecten’ in de leefomgeving om maatschappelijke doelen te realiseren ‘Activiteiten’ (als omgevingsplanactiviteit, milieubelastende-activiteit, bouwactiviteit, natura 2000 activiteiten) Ten aanzien van de ‘rechtstreeks daarbij betrokken belangen’ zijn de beleidsdoelen van de deelnemers ook een belang. Het strikt redeneren vanuit een voorgegeven taak is dus onder de Omgevingswet niet meer goed vol te houden. Het gaat om het in ogenschouw nemen van de opgaven en daar de adequate inzet en toepassing van het VTH(A)-instrumentarium bepalen. Het gaat om een adequaat antwoord op specifieke opgaven, in specifieke situaties. Strategieën voor toepassing van het VTH(A)-instrumentarium Zoals beschreven in artikelen 13.6 en 13.7 van het Omgevingsbesluit, dienen de omgevingsdiensten in ieder geval voor de taken vergunningverlening (regulering), toezicht en handhaving te beschrijven hoe aan deze taken uitvoering wordt gegeven. Dit wordt beschreven in enkele uitvoerings- strategieën, zoals weergegeven in figuur 5. In wat volgt zullen de bovengenoemde strategieën worden uitgewerkt. Bij elk van de strategieën wordt de impact die de Omgevingswet heeft op

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel