Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf

Artikel 4:10

Definities

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Groningen 2024

In deze afdeling wordt verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet of artikel 4.1 lid a van de Wet natuurbescherming; boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een stamdoorsnede (dwarsdoorsnede) van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamdoorsnede (dwarsdoorsnede) van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 20- cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; landbouwgronden: gronden in gebruik voor de landbouw als bedoeld in artikel 1 van de Landbouwwet. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel